BWBR0013702
Geldig vanaf 2002-05-23
Artikel 4
Regeling Cultuur en School voor de Bve-sector 2002 - 2003
1. De minister kan op aanvraag aan een aanvrager een aanvullende bekostiging verstrekken voor een uit te voeren project, gericht op de doelstelling, genoemd in artikel 2.
2. Een aanvraag om aanvullende bekostiging wordt vóór 26 augustus 2002 schriftelijk ingediend bij Cultuurnetwerk Nederland.
3. De aanvullende bekostiging voor een project bedraagt ten hoogste € 50.000,-.
4. De aanvraag bevat in ieder geval een projectvoorstel dat bestaat uit een volledig ingevuld en door de aanvrager ondertekend aanvraagformulier, een projectplan en een begroting.
5. Het projectvoorstel voldoet aan de volgende eisen:
a. de voorgestelde opbrengst van het project is duidelijk en concreet, ook in kwantitatieve termen, beschreven en controleerbaar;
b. het projectvoorstel bevat een duidelijk uitgewerkte begroting;
c. de projectuitvoering is duidelijk en concreet beschreven, met inbegrip van de daarbij gestelde termijnen;
d. het projectvoorstel bevat een beschrijving van de wijze waarop de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project tot stand komen;
e. de hierboven genoemde onderwerpen zijn evenwichtig en op een duidelijke en heldere wijze in het projectvoorstel uitgewerkt en onderling afgestemd.
2. Een aanvraag om aanvullende bekostiging wordt vóór 26 augustus 2002 schriftelijk ingediend bij Cultuurnetwerk Nederland.
3. De aanvullende bekostiging voor een project bedraagt ten hoogste € 50.000,-.
4. De aanvraag bevat in ieder geval een projectvoorstel dat bestaat uit een volledig ingevuld en door de aanvrager ondertekend aanvraagformulier, een projectplan en een begroting.
5. Het projectvoorstel voldoet aan de volgende eisen:
a. de voorgestelde opbrengst van het project is duidelijk en concreet, ook in kwantitatieve termen, beschreven en controleerbaar;
b. het projectvoorstel bevat een duidelijk uitgewerkte begroting;
c. de projectuitvoering is duidelijk en concreet beschreven, met inbegrip van de daarbij gestelde termijnen;
d. het projectvoorstel bevat een beschrijving van de wijze waarop de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project tot stand komen;
e. de hierboven genoemde onderwerpen zijn evenwichtig en op een duidelijke en heldere wijze in het projectvoorstel uitgewerkt en onderling afgestemd.