BWBR0013702
Geldig vanaf 2002-05-23
Artikel 10
Regeling Cultuur en School voor de Bve-sector 2002 - 2003
1. De aanvrager verantwoordt de aanvullende bekostiging door een inhoudelijke projectverantwoording en een financiële verantwoording in de jaarrekening.
2. De aanvrager zendt de inhoudelijke verantwoording uiterlijk zes weken na voltooiing van het project aan de minister.
3. De aanvrager verantwoordt de aanvullende bekostiging herkenbaar in de jaarrekening volgens de voorschriften van de OCenW-Richtlijnen Financieel Jaarverslag. In de jaarrekening verantwoordt de aanvrager tevens dat vijftig procent van de kosten van het project door de aanvrager zelf of door derden is bijgedragen. De verantwoording over het kalenderjaar waarin het project is voltooid wordt gezien als eindafrekening.
4. De eindafrekening bevat een overzicht van de verstrekte aanvullende bekostiging, de uitgaven die ten laste van deze bekostiging zijn gebracht en het eindsaldo.
5. In de jaarrekening van het jaar waarin het project nog niet is voltooid, wordt aangegeven wat de stand is van de uitgaven in relatie tot de aanvullende bekostiging.
6. In de eindafrekening en de inhoudelijke verantwoording wordt tot uitdrukking gebracht in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de projectactiviteiten waarvoor aanvullende bekostiging is verstrekt alsmede van een doelmatige aanwending van de aanvullende bekostiging.
7. De inhoudelijke verantwoording bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor aanvullende bekostiging is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten, ook in kwantitatieve termen.
8. De inhoudelijke verantwoording bevat, voor zover van toepassing, een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen projectactiviteiten en beoogde resultaten, vermeld in het projectplan, en de feitelijke realisatie.
2. De aanvrager zendt de inhoudelijke verantwoording uiterlijk zes weken na voltooiing van het project aan de minister.
3. De aanvrager verantwoordt de aanvullende bekostiging herkenbaar in de jaarrekening volgens de voorschriften van de OCenW-Richtlijnen Financieel Jaarverslag. In de jaarrekening verantwoordt de aanvrager tevens dat vijftig procent van de kosten van het project door de aanvrager zelf of door derden is bijgedragen. De verantwoording over het kalenderjaar waarin het project is voltooid wordt gezien als eindafrekening.
4. De eindafrekening bevat een overzicht van de verstrekte aanvullende bekostiging, de uitgaven die ten laste van deze bekostiging zijn gebracht en het eindsaldo.
5. In de jaarrekening van het jaar waarin het project nog niet is voltooid, wordt aangegeven wat de stand is van de uitgaven in relatie tot de aanvullende bekostiging.
6. In de eindafrekening en de inhoudelijke verantwoording wordt tot uitdrukking gebracht in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de projectactiviteiten waarvoor aanvullende bekostiging is verstrekt alsmede van een doelmatige aanwending van de aanvullende bekostiging.
7. De inhoudelijke verantwoording bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor aanvullende bekostiging is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten, ook in kwantitatieve termen.
8. De inhoudelijke verantwoording bevat, voor zover van toepassing, een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen projectactiviteiten en beoogde resultaten, vermeld in het projectplan, en de feitelijke realisatie.