BWBR0013685
Geldig vanaf 2009-12-11
Artikel 5
Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken of wegen in beheer bij het Rijk
1. Plaatsing van windturbines in het gemeentelijk ingedeelde deel van de territoriale zee wordt slechts toegestaan op locaties waarvoor geldt dat windturbines:
a. geen negatieve invloed hebben op de veiligheid van de kust;
b. geen negatieve morfologische ontwikkeling van de bodem veroorzaken;
c. geen negatieve effecten op de natuurlijke dynamiek van de bodem hebben;
d. niet leiden tot verweking van de bodem;
e. geen negatieve invloed hebben op de kustlijnligging;
f. het uitvoeren van zandsuppleties en onderwatersuppleties niet in onaanvaardbare mate bemoeilijken;
g. niet de veiligheid van het scheepvaartverkeer aantasten.
2. Voor vaarwegen in de territoriale zee is artikel 4van overeenkomstige toepassing.
a. geen negatieve invloed hebben op de veiligheid van de kust;
b. geen negatieve morfologische ontwikkeling van de bodem veroorzaken;
c. geen negatieve effecten op de natuurlijke dynamiek van de bodem hebben;
d. niet leiden tot verweking van de bodem;
e. geen negatieve invloed hebben op de kustlijnligging;
f. het uitvoeren van zandsuppleties en onderwatersuppleties niet in onaanvaardbare mate bemoeilijken;
g. niet de veiligheid van het scheepvaartverkeer aantasten.
2. Voor vaarwegen in de territoriale zee is artikel 4van overeenkomstige toepassing.