BWBR0013591
Geldig vanaf 2002-04-11
Artikel 4
Regeling aanvullende personele bekostiging culturele minderheidsgroepen en anderstalige leerlingen WVO 2002
1. Het aantal formatieplaatsen ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in artikel 2, wordt vastgesteld door de in het tweede lid genoemde ratio leraar/leerling te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen van de minderheidsgroep bedoeld in artikel 3, eerste lid, en dat op de teldatum 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld, als werkelijk schoolgaand bij de school staat ingeschreven.
2. De ratio’s, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. in geval leerlingen behorend tot de minderheidsgroepen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en e, indien deze leerlingen op de in het eerste lid genoemde teldatum: 1°. korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39,
2°. 1 tot 4 jaar in Nederland zijn: 1/29,89,
3°. 4 tot 8 jaar in Nederland zijn: 1/67,26;
1°. korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39,
2°. 1 tot 4 jaar in Nederland zijn: 1/29,89,
3°. 4 tot 8 jaar in Nederland zijn: 1/67,26;
b. in geval van leerlingen behorend tot de minderheidsgroepen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen b, c en d: 1/67,26;
c. in geval van leerlingen behorend tot de minderheidsgroep, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, indien deze leerlingen op de in het eerste lid genoemde teldatum: 1°. korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39,
2°. tussen 1 en 2 jaar in Nederland zijn: 1/29,89.
1°. korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39,
2°. tussen 1 en 2 jaar in Nederland zijn: 1/29,89.
3. Het aantal formatieplaatsen dat de uitkomst is van de berekening volgens het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op drie decimalen.
2. De ratio’s, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. in geval leerlingen behorend tot de minderheidsgroepen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en e, indien deze leerlingen op de in het eerste lid genoemde teldatum: 1°. korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39,
2°. 1 tot 4 jaar in Nederland zijn: 1/29,89,
3°. 4 tot 8 jaar in Nederland zijn: 1/67,26;
1°. korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39,
2°. 1 tot 4 jaar in Nederland zijn: 1/29,89,
3°. 4 tot 8 jaar in Nederland zijn: 1/67,26;
b. in geval van leerlingen behorend tot de minderheidsgroepen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen b, c en d: 1/67,26;
c. in geval van leerlingen behorend tot de minderheidsgroep, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, indien deze leerlingen op de in het eerste lid genoemde teldatum: 1°. korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39,
2°. tussen 1 en 2 jaar in Nederland zijn: 1/29,89.
1°. korter dan 1 jaar in Nederland zijn: 1/12,39,
2°. tussen 1 en 2 jaar in Nederland zijn: 1/29,89.
3. Het aantal formatieplaatsen dat de uitkomst is van de berekening volgens het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op drie decimalen.