BWBR0013568
Geldig vanaf 2002-04-07
Artikel C
Uitvoeringsregeling BSE-2002 duurzame energie
1. indien het project niet betekenisvol bijdraagt aan de doelstelling van het programma;
2. indien onvoldoende vertrouwen bestaat in de haalbaarheid van het project;
3. indien het onaannemelijk is dat een haalbaarheidsproject binnen een jaar, een kennisoverdrachtproject binnen anderhalf jaar, een onderzoeks- of ontwikkelingsproject binnen vier jaar, dan wel een van de overige soorten projecten binnen drie jaar na subsidieverlening kan worden voltooid;
4. indien een kennisoverdrachtproject niet gericht is op het overdragen van kennis en informatie inzake de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie aan een doelgroep met bijzondere betrokkenheid bij het onderwerp van de kennisoverdracht, op een wijze die aansluit bij de doelgroep en de over te dragen kennis;
5. indien een kennisoverdrachtproject niet een meting van het effect van het project in relatie tot de doelstelling van het programma bevat;
6. voor projectkosten voor zover deze zijn gemaakt voor de indiening van de aanvraag;
7. voor projectkosten die betrekking hebben op investeringen die in aanmerking komen voor een energiepremie als bedoeld in artikel 36p van de Wet belastingen op Milieugrondslag;
8. voor een duurzame-energiescan die niet kan worden aangemerkt als een haalbaarheidsproject.
Ad 2. Bij de beoordeling van de haalbaarheid van een project kunnen worden betrokken de belemmeringen en mogelijkheden voortvloeiend uit regelgeving, normen of certificatie. Daarnaast zal een projectuitvoerder moeten beschikken over de noodzakelijke financiële middelen en de benodigde organisatorische en technisch-wetenschappelijke kwaliteiten.
Ad 4. Een kennisoverdrachtproject is een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het overdragen van kennis en informatie op het terrein van duurzame energie. Het gaat in het kader van dit programma om projecten waarbij bepaalde doelgroepen met een bijzondere betrokkenheid bij het onderwerp van de kennisoverdracht systematisch worden gewezen op de concrete mogelijkheden van de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie aan de hand van voorbeelden en methodieken. Het moet gaan om daadwerkelijk en actief overdragen van informatie. Hierbij kan worden gedacht aan het organiseren van voorlichtingsdagen, workshops, presentaties, cursussen en dergelijke. Het enkel genereren van kennis of ter beschikking stellen van informatie is niet voldoende om voor een subsidie in aanmerking te komen.
Ad 5. De aanvrager dient door middel van een meting aan te tonen in welke mate de resultaten van het kennisoverdrachtproject een bijdrage leveren aan de doelstelling van het programma.
Ad 6. Alleen de projectkosten die worden gemaakt na de indiening van de aanvraag komen voor subsidie in aanmerking. De projectkosten die voor de indiening van de aanvraag worden gemaakt, worden bij de verlening van de subsidie buiten beschouwing gelaten.
Ad 7. Om te voorkomen dat in het kader van dit programma subsidie wordt verstrekt voor investeringen waarvoor een energiepremie beschikbaar is, worden de projectkosten die horen bij deze investeringen uitgesloten.
2. indien onvoldoende vertrouwen bestaat in de haalbaarheid van het project;
3. indien het onaannemelijk is dat een haalbaarheidsproject binnen een jaar, een kennisoverdrachtproject binnen anderhalf jaar, een onderzoeks- of ontwikkelingsproject binnen vier jaar, dan wel een van de overige soorten projecten binnen drie jaar na subsidieverlening kan worden voltooid;
4. indien een kennisoverdrachtproject niet gericht is op het overdragen van kennis en informatie inzake de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie aan een doelgroep met bijzondere betrokkenheid bij het onderwerp van de kennisoverdracht, op een wijze die aansluit bij de doelgroep en de over te dragen kennis;
5. indien een kennisoverdrachtproject niet een meting van het effect van het project in relatie tot de doelstelling van het programma bevat;
6. voor projectkosten voor zover deze zijn gemaakt voor de indiening van de aanvraag;
7. voor projectkosten die betrekking hebben op investeringen die in aanmerking komen voor een energiepremie als bedoeld in artikel 36p van de Wet belastingen op Milieugrondslag;
8. voor een duurzame-energiescan die niet kan worden aangemerkt als een haalbaarheidsproject.
Ad 2. Bij de beoordeling van de haalbaarheid van een project kunnen worden betrokken de belemmeringen en mogelijkheden voortvloeiend uit regelgeving, normen of certificatie. Daarnaast zal een projectuitvoerder moeten beschikken over de noodzakelijke financiële middelen en de benodigde organisatorische en technisch-wetenschappelijke kwaliteiten.
Ad 4. Een kennisoverdrachtproject is een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het overdragen van kennis en informatie op het terrein van duurzame energie. Het gaat in het kader van dit programma om projecten waarbij bepaalde doelgroepen met een bijzondere betrokkenheid bij het onderwerp van de kennisoverdracht systematisch worden gewezen op de concrete mogelijkheden van de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie aan de hand van voorbeelden en methodieken. Het moet gaan om daadwerkelijk en actief overdragen van informatie. Hierbij kan worden gedacht aan het organiseren van voorlichtingsdagen, workshops, presentaties, cursussen en dergelijke. Het enkel genereren van kennis of ter beschikking stellen van informatie is niet voldoende om voor een subsidie in aanmerking te komen.
Ad 5. De aanvrager dient door middel van een meting aan te tonen in welke mate de resultaten van het kennisoverdrachtproject een bijdrage leveren aan de doelstelling van het programma.
Ad 6. Alleen de projectkosten die worden gemaakt na de indiening van de aanvraag komen voor subsidie in aanmerking. De projectkosten die voor de indiening van de aanvraag worden gemaakt, worden bij de verlening van de subsidie buiten beschouwing gelaten.
Ad 7. Om te voorkomen dat in het kader van dit programma subsidie wordt verstrekt voor investeringen waarvoor een energiepremie beschikbaar is, worden de projectkosten die horen bij deze investeringen uitgesloten.