BWBR0013568
Geldig vanaf 2002-04-07
Artikel A
Uitvoeringsregeling BSE-2002 duurzame energie
In het kader van het Besluit subsidies energieprogramma's wordt via diverse energieprogramma's subsidie verleend voor activiteiten op het gebied van energiebesparing en duurzame energie.
Het doel van het energieprogramma duurzame energie (hierna: het programma) is het bevorderen van projecten die een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het beleid inzake duurzame energie van de Nederlandse overheid en waarvan de resultaten van betekenis zijn voor de Nederlandse energievoorziening, door middel van:
a. het bevorderen van innovatie ten behoeve van toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie,
b. het verbeteren van de prijs-prestatieverhouding van technologieën op het gebied van duurzame energie, of
c. het wegnemen van knelpunten voor de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie.
In het kader van het programma is verstrekking van subsidie mogelijk voor de volgende typen projecten (nadere omschrijving in artikel 1 van het Besluit subsidies energieprogramma's):
haalbaarheidsprojecten;
kennisoverdrachtprojecten;
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten;
praktijkexperimenten;
demonstratieprojecten;
marktintroductieprojecten.
Projecten met betrekking tot waterkracht met een vermogen groter dan 15 MW en projecten gericht op energiebesparing komen in het kader van dit programma niet voor subsidie in aanmerking.
Het programma moet een bijdrage leveren aan de doelstelling van de Nederlandse overheid om in 2020 met behulp van duurzame energiebronnen in 10% van de Nederlandse energiebehoefte te voorzien. Voor 2010 wordt een aandeel duurzame energie in de energievoorziening van 5% nagestreefd. Voor het aandeel uit duurzame bronnen geproduceerde elektriciteit in de elektriciteitsvoorziening zijn de overheidsdoelstellingen: 6% in 2005 en 9% in 2010.
In het Energierapport 2002 (Kamerstukken II 2001-02), 28 241, nr.2) heeft de overheid kenbaar gemaakt ten behoeve van het aandeel duurzame energie het opwekkingspotentieel in eigen land te willen uitbreiden.
Onder duurzame energie wordt verstaan (combinaties van) windenergie, fotovoltaïsche zonne-energie, thermische zonne-energie, passieve zonne-energie, omgevingswarmte, thermische energieopslag in de bodem, waterkracht, aardwarmte, energie uit biomassa en energie uit afval voor zover dat afval van organische oorsprong is.
Waterkracht met een vermogen groter dan 15 MW is een vorm van duurzame energie. Financiële ondersteuning van deze vorm van opwekking van duurzame energie wordt echter, gelet op de kostprijs daarvan, niet wenselijk geacht.
Het doel van het energieprogramma duurzame energie (hierna: het programma) is het bevorderen van projecten die een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het beleid inzake duurzame energie van de Nederlandse overheid en waarvan de resultaten van betekenis zijn voor de Nederlandse energievoorziening, door middel van:
a. het bevorderen van innovatie ten behoeve van toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie,
b. het verbeteren van de prijs-prestatieverhouding van technologieën op het gebied van duurzame energie, of
c. het wegnemen van knelpunten voor de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie.
In het kader van het programma is verstrekking van subsidie mogelijk voor de volgende typen projecten (nadere omschrijving in artikel 1 van het Besluit subsidies energieprogramma's):
haalbaarheidsprojecten;
kennisoverdrachtprojecten;
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten;
praktijkexperimenten;
demonstratieprojecten;
marktintroductieprojecten.
Projecten met betrekking tot waterkracht met een vermogen groter dan 15 MW en projecten gericht op energiebesparing komen in het kader van dit programma niet voor subsidie in aanmerking.
Het programma moet een bijdrage leveren aan de doelstelling van de Nederlandse overheid om in 2020 met behulp van duurzame energiebronnen in 10% van de Nederlandse energiebehoefte te voorzien. Voor 2010 wordt een aandeel duurzame energie in de energievoorziening van 5% nagestreefd. Voor het aandeel uit duurzame bronnen geproduceerde elektriciteit in de elektriciteitsvoorziening zijn de overheidsdoelstellingen: 6% in 2005 en 9% in 2010.
In het Energierapport 2002 (Kamerstukken II 2001-02), 28 241, nr.2) heeft de overheid kenbaar gemaakt ten behoeve van het aandeel duurzame energie het opwekkingspotentieel in eigen land te willen uitbreiden.
Onder duurzame energie wordt verstaan (combinaties van) windenergie, fotovoltaïsche zonne-energie, thermische zonne-energie, passieve zonne-energie, omgevingswarmte, thermische energieopslag in de bodem, waterkracht, aardwarmte, energie uit biomassa en energie uit afval voor zover dat afval van organische oorsprong is.
Waterkracht met een vermogen groter dan 15 MW is een vorm van duurzame energie. Financiële ondersteuning van deze vorm van opwekking van duurzame energie wordt echter, gelet op de kostprijs daarvan, niet wenselijk geacht.