BWBR0013526
Geldig vanaf 2002-03-24
Artikel 4
Vaststellingsregeling bedragen Regeling toezichtskosten Wte 1995 voor 2002
De bedragen, bedoeld in artikel 5, derde lid van de Regeling toezichtskosten worden als volgt vastgesteld:
a. voor kredietinstellingen die op grond van artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen wordt het percentage voorlopig vastgesteld op 0,3 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 4.908;
b. in afwijking van onderdeel a wordt voor kredietinstellingen die op grond van artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen en die onder adequaat toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit in hun land van herkomst, het percentage voorlopig vastgesteld op 0,15 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 2.454;
c. voor andere kredietinstellingen en financiële instellingen wordt het percentage voorlopig vastgesteld op 0,15 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 2.454.
a. voor kredietinstellingen die op grond van artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen wordt het percentage voorlopig vastgesteld op 0,3 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 4.908;
b. in afwijking van onderdeel a wordt voor kredietinstellingen die op grond van artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen en die onder adequaat toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit in hun land van herkomst, het percentage voorlopig vastgesteld op 0,15 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 2.454;
c. voor andere kredietinstellingen en financiële instellingen wordt het percentage voorlopig vastgesteld op 0,15 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op € 2.454.