BWBR0013526
Geldig vanaf 2002-03-24
Artikel 2
Vaststellingsregeling bedragen Regeling toezichtskosten Wte 1995 voor 2002
1. De bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling toezichtskosten worden als volgt vastgesteld:
a. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet: € 1.699;
b. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet: € 736;
c. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 6c, eerste lid, van de wet: € 3.775;
d. aanvraag door de bieder of doelvennootschap van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, van de wet: € 1.887, met dien verstande dat geen heffing in rekening wordt gebracht voor een ontheffing ten aanzien van het biedingsbericht;
e. aanvraag door een bestuurder of commissaris van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, van de wet: € 188;
f. aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 7, vierde of zesde lid, van de wet: € 12.800 euro;
g. het bedrag onder f wordt vermeerderd met € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt;
h. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van de wet: € 1.100 euro met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt;
i. indien het voor het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16 van de wet, noodzakelijk is om meer dan één persoon te toetsen wordt het bedrag vermeld onder h vermeerderd met € 1.600 voor elke extra deskundigheidstoetsing of betrouwbaarheidstoetsing, met dien verstande dat niet meer dan 10 toetsingen in rekening worden gebracht;
j. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16 van de wet, in verband met het vergroten van een gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na de afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor het houden of verwerven van een gekwalificeerde deelneming: € 1.100, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt;
k. uitbreiding van een vergunning als bedoeld in artikel 7, vierde of zesde lid, van de wet: € 12.800, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt;
l. wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 7, vierde of zesde lid, van de wet: € 1.963.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Regeling toezichtskosten, wordt voor zowel de deskundigheidstoetsing als de betrouwbaarheidstoetsing vastgesteld op € 1.600.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Regeling toezichtskosten, wordt vastgesteld op € 245.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder a, van de Regeling toezichtskosten, wordt vastgesteld op € 3.775.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder b, van de Regeling toezichtskosten wordt vastgesteld op € 18.877.
6. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder c, van de Regeling toezichtskosten, bedraagt 0,0033 procent van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor het aantal effecten dat door hem wordt verkregen vanaf het intreden van de omstandigheid van artikel 9b, tweede lid, onder a of b, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, tot aan het moment van gestanddoening, bedoeld in artikel 9u van dat besluit, met dien verstande dat geen hoger bedrag in rekening wordt gebracht dan € 259.562. In geval van een geheel of gedeeltelijk ruilbod wordt het bedrag in de vorige volzin, voor zover het betrekking heeft op de in ruil aangeboden effecten van de bieder, berekend naar de koers van deze effecten op het moment van gestanddoening.
a. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet: € 1.699;
b. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet: € 736;
c. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 6c, eerste lid, van de wet: € 3.775;
d. aanvraag door de bieder of doelvennootschap van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, van de wet: € 1.887, met dien verstande dat geen heffing in rekening wordt gebracht voor een ontheffing ten aanzien van het biedingsbericht;
e. aanvraag door een bestuurder of commissaris van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, van de wet: € 188;
f. aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 7, vierde of zesde lid, van de wet: € 12.800 euro;
g. het bedrag onder f wordt vermeerderd met € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt;
h. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van de wet: € 1.100 euro met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt;
i. indien het voor het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16 van de wet, noodzakelijk is om meer dan één persoon te toetsen wordt het bedrag vermeld onder h vermeerderd met € 1.600 voor elke extra deskundigheidstoetsing of betrouwbaarheidstoetsing, met dien verstande dat niet meer dan 10 toetsingen in rekening worden gebracht;
j. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16 van de wet, in verband met het vergroten van een gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na de afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor het houden of verwerven van een gekwalificeerde deelneming: € 1.100, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt;
k. uitbreiding van een vergunning als bedoeld in artikel 7, vierde of zesde lid, van de wet: € 12.800, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd wordt met een bedrag van € 1.600 voor deskundigheidstoetsing en een bedrag van € 1.600 voor betrouwbaarheidstoetsing voor elke persoon, bedoeld in artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, die getoetst wordt;
l. wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 7, vierde of zesde lid, van de wet: € 1.963.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Regeling toezichtskosten, wordt voor zowel de deskundigheidstoetsing als de betrouwbaarheidstoetsing vastgesteld op € 1.600.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Regeling toezichtskosten, wordt vastgesteld op € 245.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder a, van de Regeling toezichtskosten, wordt vastgesteld op € 3.775.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder b, van de Regeling toezichtskosten wordt vastgesteld op € 18.877.
6. Het bedrag, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder c, van de Regeling toezichtskosten, bedraagt 0,0033 procent van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor het aantal effecten dat door hem wordt verkregen vanaf het intreden van de omstandigheid van artikel 9b, tweede lid, onder a of b, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, tot aan het moment van gestanddoening, bedoeld in artikel 9u van dat besluit, met dien verstande dat geen hoger bedrag in rekening wordt gebracht dan € 259.562. In geval van een geheel of gedeeltelijk ruilbod wordt het bedrag in de vorige volzin, voor zover het betrekking heeft op de in ruil aangeboden effecten van de bieder, berekend naar de koers van deze effecten op het moment van gestanddoening.