Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
ADR: op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer voor gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171);
bedrijfsriolering: voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of naar een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
bestrijdingsmiddel: gewasbeschermingsmiddel of biocide als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
bijlage 1: de bij dit besluit behorende bijlage 1;
bijlage 2: de bij dit besluit behorende bijlage 2;
bijlage 3: de bij dit besluit behorende bijlage 3;
drainagewater: water dat wordt afgevoerd via een stelsel van geperforeerde buizen die in de grond zijn aangebracht;
drainwater: voedingswater dat bij substraatteelt niet wordt opgenomen door het gewas;
gasfles: verplaatsbare drukhouder met een waterinhoud van niet meer dan 150 liter;
gasolie: gasolie in de zin van de Wet op de accijns;
gevaarlijke stoffen: stoffen, preparaten en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen waarden is toegestaan;
gewas: een in lijst 1 behorende bij bijlage 1 opgenomen gewas of een in lijst 2 behorende bij die bijlage bij een gewasgroep ingedeeld gewas;
gewasbeschermingsmiddel: gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
gewasgroep: een groep waarvan in lijst 2 behorende bij bijlage 1 is aangegeven welke gewassen erbij zijn ingedeeld;
inrichting-bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een omgevingsvergunning te verlenen voor een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt waarop het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer niet van toepassing is in verband met artikel 1, onder a, onder 11°, van dat besluit;
kunstmeststoffen: meststoffen van niet organische oorsprong;
lozen: lozen op een oppervlaktewaterlichaam of lozen op een riolering;
lozen op een oppervlaktewaterlichaam:brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een oppervlaktewaterlichaam;
lozen op een riolering: al dan niet door middel van een bedrijfsriolering brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater die is aangesloten op een zuiveringstechnisch werk;
maatwerkvoorschrift: voorschrift als bedoeld in artikel 8.42, eerste lid, van de Wet milieubeheer, inhoudende: a. een beschikking waarbij het Wtw- of het inrichting- bevoegd gezag aanvullende eisen stelt; dan wel
b. een ontheffing waarbij het Wtw- of het inrichting- bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden;
a. een beschikking waarbij het Wtw- of het inrichting- bevoegd gezag aanvullende eisen stelt; dan wel
b. een ontheffing waarbij het Wtw- of het inrichting- bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden;
meststoffen: dierlijke meststoffen, overige organische meststoffen en andere meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, f, onderscheidenlijk g, van de Meststoffenwet, voor zover zij stikstof of fosfor bevatten;
NEN: een door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm;
NVN: een door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven voornorm;
object categorie I: 1°. aaneengesloten woonbebouwing, bestaande uit drie of meer woningen die op telkens minder dan 5 meter afstand van elkaar zijn gelegen, gerekend van gevel tot gevel;
2°. een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat bestemd is voor het verblijf van personen of een object of terrein dat bestemd is voor verblijfs- of dagrecreatie, niet zijnde een van een agrarisch bedrijf deel uitmakend kleinschalig object of terrein dat ter beschikking wordt gesteld voor het plaatsen van enkele kampeermiddelen, waarbij onder kampeermiddelen worden verstaan onderkomens of voertuigen die bestemd of geschikt zijn voor recreatief nachtverblijf en die geen bouwwerk zijn in de zin van de Woningwet;
1°. aaneengesloten woonbebouwing, bestaande uit drie of meer woningen die op telkens minder dan 5 meter afstand van elkaar zijn gelegen, gerekend van gevel tot gevel;
2°. een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat bestemd is voor het verblijf van personen of een object of terrein dat bestemd is voor verblijfs- of dagrecreatie, niet zijnde een van een agrarisch bedrijf deel uitmakend kleinschalig object of terrein dat ter beschikking wordt gesteld voor het plaatsen van enkele kampeermiddelen, waarbij onder kampeermiddelen worden verstaan onderkomens of voertuigen die bestemd of geschikt zijn voor recreatief nachtverblijf en die geen bouwwerk zijn in de zin van de Woningwet;
object categorie II: 1°. woningen van derden;
2°. restaurants;
1°. woningen van derden;
2°. restaurants;
omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor een inrichting;
openbaar riool: gemeentelijke voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
PGS 7: publicatie nr. 7 van de «Publicatiereeks Gevaarlijke stoffen», getiteld «Opslag van vaste minerale anorganische meststoffen», uitgave oktober 2007;
riolering: bedrijfsriolering of een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
spuiwater: water dat vanuit het recirculatiesysteem geloosd wordt, omdat het niet meer geschikt is om als voedingswater te worden toegepast;
stookinstallatie: stookinstallatie als bedoeld in het Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer;
substraatteelt: wijze van telen waarbij gewassen groeien op een bodem die los van de ondergrond is;
vloeibare brandstof: lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in artikel 26 van de Wet op de accijns;
voedingswater: water dat aan het gewas wordt toegediend en waar eventueel meststoffen aan zijn toegevoegd;
vooronderzoek: onderzoek uit te voeren op een wijze als aangegeven in NVN 5725 «Bodem – leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek», uitgave 1999, dan wel een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen norm;
warmtekrachtinstallatie: stookinstallatie, bestemd voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend;
woning: een gebouw of gedeelte van een gebouw, dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd, met uitzondering van een dienst- of bedrijfswoning behorende bij een inrichting als bedoeld in artikel 2 onder a;
watervergunning: vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet;
Wtw-bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge artikel 6.2 van de Waterwet.
2. Voor de toepassing van artikel 2, onder e, en bijlage 3, wordt het aantal inwonerequivalenten van een lozing van huishoudelijk afvalwater berekend door:
a. het aantal kubieke meters gebruikt water per 365 dagen te vermenigvuldigen met de factor 0,023 of
b. het aantal mandagen per 365 dagen te vermenigvuldigen met de factor 0,001.
3. Dit besluit berust mede op de artikelen 78 tot en met 80 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
ADR: op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer voor gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171);
bedrijfsriolering: voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of naar een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
bestrijdingsmiddel: gewasbeschermingsmiddel of biocide als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
bijlage 1: de bij dit besluit behorende bijlage 1;
bijlage 2: de bij dit besluit behorende bijlage 2;
bijlage 3: de bij dit besluit behorende bijlage 3;
drainagewater: water dat wordt afgevoerd via een stelsel van geperforeerde buizen die in de grond zijn aangebracht;
drainwater: voedingswater dat bij substraatteelt niet wordt opgenomen door het gewas;
gasfles: verplaatsbare drukhouder met een waterinhoud van niet meer dan 150 liter;
gasolie: gasolie in de zin van de Wet op de accijns;
gevaarlijke stoffen: stoffen, preparaten en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen waarden is toegestaan;
gewas: een in lijst 1 behorende bij bijlage 1 opgenomen gewas of een in lijst 2 behorende bij die bijlage bij een gewasgroep ingedeeld gewas;
gewasbeschermingsmiddel: gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
gewasgroep: een groep waarvan in lijst 2 behorende bij bijlage 1 is aangegeven welke gewassen erbij zijn ingedeeld;
inrichting-bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een omgevingsvergunning te verlenen voor een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt waarop het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer niet van toepassing is in verband met artikel 1, onder a, onder 11°, van dat besluit;
kunstmeststoffen: meststoffen van niet organische oorsprong;
lozen: lozen op een oppervlaktewaterlichaam of lozen op een riolering;
lozen op een oppervlaktewaterlichaam:brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een oppervlaktewaterlichaam;
lozen op een riolering: al dan niet door middel van een bedrijfsriolering brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater die is aangesloten op een zuiveringstechnisch werk;
maatwerkvoorschrift: voorschrift als bedoeld in artikel 8.42, eerste lid, van de Wet milieubeheer, inhoudende: a. een beschikking waarbij het Wtw- of het inrichting- bevoegd gezag aanvullende eisen stelt; dan wel
b. een ontheffing waarbij het Wtw- of het inrichting- bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden;
a. een beschikking waarbij het Wtw- of het inrichting- bevoegd gezag aanvullende eisen stelt; dan wel
b. een ontheffing waarbij het Wtw- of het inrichting- bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden;
meststoffen: dierlijke meststoffen, overige organische meststoffen en andere meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, f, onderscheidenlijk g, van de Meststoffenwet, voor zover zij stikstof of fosfor bevatten;
NEN: een door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm;
NVN: een door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven voornorm;
object categorie I: 1°. aaneengesloten woonbebouwing, bestaande uit drie of meer woningen die op telkens minder dan 5 meter afstand van elkaar zijn gelegen, gerekend van gevel tot gevel;
2°. een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat bestemd is voor het verblijf van personen of een object of terrein dat bestemd is voor verblijfs- of dagrecreatie, niet zijnde een van een agrarisch bedrijf deel uitmakend kleinschalig object of terrein dat ter beschikking wordt gesteld voor het plaatsen van enkele kampeermiddelen, waarbij onder kampeermiddelen worden verstaan onderkomens of voertuigen die bestemd of geschikt zijn voor recreatief nachtverblijf en die geen bouwwerk zijn in de zin van de Woningwet;
1°. aaneengesloten woonbebouwing, bestaande uit drie of meer woningen die op telkens minder dan 5 meter afstand van elkaar zijn gelegen, gerekend van gevel tot gevel;
2°. een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat bestemd is voor het verblijf van personen of een object of terrein dat bestemd is voor verblijfs- of dagrecreatie, niet zijnde een van een agrarisch bedrijf deel uitmakend kleinschalig object of terrein dat ter beschikking wordt gesteld voor het plaatsen van enkele kampeermiddelen, waarbij onder kampeermiddelen worden verstaan onderkomens of voertuigen die bestemd of geschikt zijn voor recreatief nachtverblijf en die geen bouwwerk zijn in de zin van de Woningwet;
object categorie II: 1°. woningen van derden;
2°. restaurants;
1°. woningen van derden;
2°. restaurants;
omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor een inrichting;
openbaar riool: gemeentelijke voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
PGS 7: publicatie nr. 7 van de «Publicatiereeks Gevaarlijke stoffen», getiteld «Opslag van vaste minerale anorganische meststoffen», uitgave oktober 2007;
riolering: bedrijfsriolering of een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
spuiwater: water dat vanuit het recirculatiesysteem geloosd wordt, omdat het niet meer geschikt is om als voedingswater te worden toegepast;
stookinstallatie: stookinstallatie als bedoeld in het Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer;
substraatteelt: wijze van telen waarbij gewassen groeien op een bodem die los van de ondergrond is;
vloeibare brandstof: lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in artikel 26 van de Wet op de accijns;
voedingswater: water dat aan het gewas wordt toegediend en waar eventueel meststoffen aan zijn toegevoegd;
vooronderzoek: onderzoek uit te voeren op een wijze als aangegeven in NVN 5725 «Bodem – leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek», uitgave 1999, dan wel een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen norm;
warmtekrachtinstallatie: stookinstallatie, bestemd voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend;
woning: een gebouw of gedeelte van een gebouw, dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd, met uitzondering van een dienst- of bedrijfswoning behorende bij een inrichting als bedoeld in artikel 2 onder a;
watervergunning: vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet;
Wtw-bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge artikel 6.2 van de Waterwet.
2. Voor de toepassing van artikel 2, onder e, en bijlage 3, wordt het aantal inwonerequivalenten van een lozing van huishoudelijk afvalwater berekend door:
a. het aantal kubieke meters gebruikt water per 365 dagen te vermenigvuldigen met de factor 0,023 of
b. het aantal mandagen per 365 dagen te vermenigvuldigen met de factor 0,001.
3. Dit besluit berust mede op de artikelen 78 tot en met 80 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.