BWBR0013420
Geldig vanaf 2002-02-20
Artikel 5
Keuringsreglement voor de Zeevaart 2002
1. De keuring van het gezichts- en gehoororgaan vindt plaats met inachtneming van de keuringsaanwijzingen en overeenkomstig de medische maatstaven XXII en XXIII, opgenomen in de bij deze regeling behorende Bijlage II, onderscheidenlijk Bijlage III.
2. De keuring van het gezichtsorgaan omvat een anamnese en familie-anamnese, alsmede een onderzoek van het oog en gezichtsvermogen waartoe behoren:
a. de bepaling van de gezichtsscherpte;
b. controle op het bezit van een adequate reservebril, indien van toepassing;
c. de bepaling van het nabijzien;
d. een onderzoek van de oogbewegingen en controle op dubbelzien;
e. een onderzoek van de gezichtsvelden;
f. een onderzoek van het kleurenonderscheidingsvermogen, en
g. op indicatie: een donkeradaptatie-curve bij vermoeden op nachtblindheid.
3. De keuring van het gehoororgaan omvat een anamnese en familie-anamnese, alsmede een onderzoek van het oor en gehoor waartoe behoort:
a. een onderzoek met de otoscoop;
b. de bepaling van de gehoorscherpte met behulp van een toon-audiogram, fluister- of conversatiespraak, en
c. op indicatie: een spraakaudiogram
2. De keuring van het gezichtsorgaan omvat een anamnese en familie-anamnese, alsmede een onderzoek van het oog en gezichtsvermogen waartoe behoren:
a. de bepaling van de gezichtsscherpte;
b. controle op het bezit van een adequate reservebril, indien van toepassing;
c. de bepaling van het nabijzien;
d. een onderzoek van de oogbewegingen en controle op dubbelzien;
e. een onderzoek van de gezichtsvelden;
f. een onderzoek van het kleurenonderscheidingsvermogen, en
g. op indicatie: een donkeradaptatie-curve bij vermoeden op nachtblindheid.
3. De keuring van het gehoororgaan omvat een anamnese en familie-anamnese, alsmede een onderzoek van het oor en gehoor waartoe behoort:
a. een onderzoek met de otoscoop;
b. de bepaling van de gehoorscherpte met behulp van een toon-audiogram, fluister- of conversatiespraak, en
c. op indicatie: een spraakaudiogram