BWBR0013420
Geldig vanaf 2002-02-20
Artikel 2
Keuringsreglement voor de Zeevaart 2002
1. Voorafgaand aan de keuring controleert de geneeskundige of medisch specialist:
a. het monsterboekje van de keurling of, ingeval de keurling nog niet in het bezit is van een monsterboekje, de verklaring door of namens de scheepsbeheerder dat de keurling in dienst is of komt, dan wel het bewijs van aanmelding van de keurling bij een erkende opleiding voor zeevarenden, vergezeld van een geldig identiteitsbewijs;
b. indien het niet een eerste keuring betreft: de voorafgaande geneeskundige verklaring van de keurling en de keuringskaart.
2. Indien het een keuring van de algemene lichamelijke geschiktheid betreft controleert de geneeskundige verder:
a. de uitslag van een onderzoek op tuberculose (thoraxfoto of Mantoux-test) of een verklaring van vrijstelling als bedoeld in artikel 10;
b. een verklaring van de bloedgroep en de rhesusfactor, en
c. indien van toepassing, de geneeskundige verklaringen voor het gezichts- en het gehoororgaan.
a. het monsterboekje van de keurling of, ingeval de keurling nog niet in het bezit is van een monsterboekje, de verklaring door of namens de scheepsbeheerder dat de keurling in dienst is of komt, dan wel het bewijs van aanmelding van de keurling bij een erkende opleiding voor zeevarenden, vergezeld van een geldig identiteitsbewijs;
b. indien het niet een eerste keuring betreft: de voorafgaande geneeskundige verklaring van de keurling en de keuringskaart.
2. Indien het een keuring van de algemene lichamelijke geschiktheid betreft controleert de geneeskundige verder:
a. de uitslag van een onderzoek op tuberculose (thoraxfoto of Mantoux-test) of een verklaring van vrijstelling als bedoeld in artikel 10;
b. een verklaring van de bloedgroep en de rhesusfactor, en
c. indien van toepassing, de geneeskundige verklaringen voor het gezichts- en het gehoororgaan.