BWBR0013408
Geldig vanaf 2002-02-14
Artikel 17
Handhavingsvoorschrift Rotterdam
1. De Inspecteur-Generaal rapporteert jaarlijks binnen drie maanden na afloop van de periode waarop het gebruiksplan betrekking heeft aan de Minister over de opgetreden geluidsbelasting en de toetsing daarvan aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, alsmede het gebruik van het luchtvaartterrein. De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van het rapport aan de Minister van VROM, de exploitant en de voorzitter van de Commissie-28.
2. De Inspecteur-Generaal rapporteert gelijktijdig met het in het eerste lid bedoelde rapport, aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28 over:
a. het aantal gesignaleerde overtredingen van de bij het aanwijzingsbesluit gestelde voorschriften, overeenkomstig het hiervoor gestelde;
b. het toezicht op de naleving van artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet;
c. de wijze van afhandeling van vorenstaande punten.
De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van dit rapport aan de exploitant.
3. De Inspecteur-Generaal geeft met reden aan indien hij is afgeweken van een voorschrift uit dit handhavingsvoorschrift.
2. De Inspecteur-Generaal rapporteert gelijktijdig met het in het eerste lid bedoelde rapport, aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28 over:
a. het aantal gesignaleerde overtredingen van de bij het aanwijzingsbesluit gestelde voorschriften, overeenkomstig het hiervoor gestelde;
b. het toezicht op de naleving van artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet;
c. de wijze van afhandeling van vorenstaande punten.
De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van dit rapport aan de exploitant.
3. De Inspecteur-Generaal geeft met reden aan indien hij is afgeweken van een voorschrift uit dit handhavingsvoorschrift.