BWBR0013399
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 30
Reconstructiewet concentratiegebieden
1. Voorzover een belanghebbende ten gevolge van de vaststelling van een reconstructieplan schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd, kennen gedeputeerde staten op aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van een uitwerking of een wijziging van een reconstructieplan.
3. Een aanvraag om vergoeding van schade als bedoeld in het eerste lid moet worden ingediend binnen vijf jaar nadat het desbetreffende besluit onherroepelijk is geworden.
4. Van de aanvrager heffen gedeputeerde staten een recht ten bedrage van € 300, welk bedrag bij provinciale verordening met ten hoogste twee derde deel kan worden verhoogd of verlaagd. Zij wijzen hem op de verschuldigdheid van het recht en delen hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de provincie dan wel op een aangegeven plaats moet zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort verklaren zij de aanvrager niet ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat aanvrager in verzuim is geweest. Indien op de aanvraag geheel of gedeeltelijk positief wordt beslist, storten gedeputeerde staten het betaalde recht terug.
5. Het in het vierde lid genoemde bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voor zover het prijsindexcijfer voor de gezinscomsumptie daartoe aanleiding geeft.
6. Aan de belanghebbende wordt op aanvraag een door gedeputeerde staten te bepalen voorschot op de schadevergoeding toegekend.
7. In dit artikel wordt verstaan onder gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waar de in het reconstructieplan opgenomen maatregel of voorziening waardoor de schade optreedt, ten aanzien van de belanghebbende wordt getroffen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van een uitwerking of een wijziging van een reconstructieplan.
3. Een aanvraag om vergoeding van schade als bedoeld in het eerste lid moet worden ingediend binnen vijf jaar nadat het desbetreffende besluit onherroepelijk is geworden.
4. Van de aanvrager heffen gedeputeerde staten een recht ten bedrage van € 300, welk bedrag bij provinciale verordening met ten hoogste twee derde deel kan worden verhoogd of verlaagd. Zij wijzen hem op de verschuldigdheid van het recht en delen hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de provincie dan wel op een aangegeven plaats moet zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort verklaren zij de aanvrager niet ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat aanvrager in verzuim is geweest. Indien op de aanvraag geheel of gedeeltelijk positief wordt beslist, storten gedeputeerde staten het betaalde recht terug.
5. Het in het vierde lid genoemde bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voor zover het prijsindexcijfer voor de gezinscomsumptie daartoe aanleiding geeft.
6. Aan de belanghebbende wordt op aanvraag een door gedeputeerde staten te bepalen voorschot op de schadevergoeding toegekend.
7. In dit artikel wordt verstaan onder gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waar de in het reconstructieplan opgenomen maatregel of voorziening waardoor de schade optreedt, ten aanzien van de belanghebbende wordt getroffen.