BWBR0013388
Geldig vanaf 2002-02-03
Artikel 5
Subsidieregeling stiller, schoner en zuiniger 2002
1. De in artikel 4, tweede lid, gestelde maximumpercentages voor onderzoeks- of ontwikkelingsproject, praktijkexperiment of demonstratieproject kunnen worden verhoogd met:
a. ten hoogste 10 procentpunten, indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1996 (PbEG C 213);
b. ten hoogste 15 procentpunten, indien het project aansluit bij de specifieke doelstellingen, taken en technische oogmerken van de werkprogramma's 'vervoer', 'THERMIE', 'industrie- en materiaaltechnologie', 'informatietechnologie', 'telematicatechnologie', en 'geavanceerde communicatietechnologie en- diensten' van het vierde kaderprogramma en volgende voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling of het SAVE-programma, met dien verstande dat het project gericht is op het uitvoeren van onderzoek dat in verschillende sectoren kan worden toegepast en blijk geeft van een multidisciplinaire aanpak;
c. ten hoogste 10 procentpunten, indien het project wordt uitgevoerd op basis van een daadwerkelijke samenwerking tussen ondernemingen en openbare onderzoekinstellingen, in het bijzonder in het kader van de coördinatie van het nationale beleid inzake een Communautair meerjarig kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling.
2. De subsidie op grond van het eerste lid, juncto artikel 4, tweede lid, bedraagt in geval van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject ten hoogste 75 procent van de projectkosten, en in geval van een praktijkexperiment of een demonstratieproject ten hoogste 50 procent van de projectkosten.
3. Een wijziging van de kaderregeling, bedoeld in het eerste lid, onder a, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.
a. ten hoogste 10 procentpunten, indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1996 (PbEG C 213);
b. ten hoogste 15 procentpunten, indien het project aansluit bij de specifieke doelstellingen, taken en technische oogmerken van de werkprogramma's 'vervoer', 'THERMIE', 'industrie- en materiaaltechnologie', 'informatietechnologie', 'telematicatechnologie', en 'geavanceerde communicatietechnologie en- diensten' van het vierde kaderprogramma en volgende voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling of het SAVE-programma, met dien verstande dat het project gericht is op het uitvoeren van onderzoek dat in verschillende sectoren kan worden toegepast en blijk geeft van een multidisciplinaire aanpak;
c. ten hoogste 10 procentpunten, indien het project wordt uitgevoerd op basis van een daadwerkelijke samenwerking tussen ondernemingen en openbare onderzoekinstellingen, in het bijzonder in het kader van de coördinatie van het nationale beleid inzake een Communautair meerjarig kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling.
2. De subsidie op grond van het eerste lid, juncto artikel 4, tweede lid, bedraagt in geval van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject ten hoogste 75 procent van de projectkosten, en in geval van een praktijkexperiment of een demonstratieproject ten hoogste 50 procent van de projectkosten.
3. Een wijziging van de kaderregeling, bedoeld in het eerste lid, onder a, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.