BWBR0013388
Geldig vanaf 2002-02-03
Artikel 19
Subsidieregeling stiller, schoner en zuiniger 2002
1. De aanvrager dient binnen dertien weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder e, bij de minister een verzoek tot vaststelling van de subsidie in dat vergezeld gaat van:
a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het project, met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier, en gaat vergezeld van alle bescheiden die blijkens het formulier moeten worden meegezonden;
b. een financieel eindverslag dat vergezeld gaat van een goedkeurende verklaring, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het financieel eindverslag en de accountantsverklaring dienen te worden opgesteld overeenkomstig het bij de programmabeheerder verkrijgbare controleprotocol.
2. Indien het bedrag van de subsidieverlening minder dan € 45.378,- bedraagt, wordt in afwijking van het eerste lid, onder b, volstaan met een financieel eindverslag.
3. Op verzoek kan de minister de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengen met ten hoogste dertien weken.
4. Indien de aanvrager niet binnen de termijnen, bedoeld in het eerste en het derde lid, een verzoek tot vaststelling van de subsidie indient, stelt de programmabeheerder de subsidie ambtshalve vast.
a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het project, met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier, en gaat vergezeld van alle bescheiden die blijkens het formulier moeten worden meegezonden;
b. een financieel eindverslag dat vergezeld gaat van een goedkeurende verklaring, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het financieel eindverslag en de accountantsverklaring dienen te worden opgesteld overeenkomstig het bij de programmabeheerder verkrijgbare controleprotocol.
2. Indien het bedrag van de subsidieverlening minder dan € 45.378,- bedraagt, wordt in afwijking van het eerste lid, onder b, volstaan met een financieel eindverslag.
3. Op verzoek kan de minister de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengen met ten hoogste dertien weken.
4. Indien de aanvrager niet binnen de termijnen, bedoeld in het eerste en het derde lid, een verzoek tot vaststelling van de subsidie indient, stelt de programmabeheerder de subsidie ambtshalve vast.