BWBR0013383
Geldig vanaf 2003-07-15
Artikel 5
Subsidieregeling BANS klimaatconvenant
1. Per gemeente bedraagt de subsidie voor het basispakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten: 1(. 1,82 euro per inwoner, en
2(. 3,63 euro per hectare grondoppervlak.
1(. 1,82 euro per inwoner, en
2(. 3,63 euro per hectare grondoppervlak.
2. Per provincie bedraagt de subsidie voor het basispakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten: 1(. 136.134,06 euro,
2(. 0,09 euro per inwoner, en
3(. 22,24 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
1(. 136.134,06 euro,
2(. 0,09 euro per inwoner, en
3(. 22,24 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
3. Per gemeente bedraagt de subsidie voor het pluspakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten: 1(. 2,27 euro per inwoner, en
2(. 4,99 euro per hectare grondoppervlak.
1(. 2,27 euro per inwoner, en
2(. 4,99 euro per hectare grondoppervlak.
4. Per provincie bedraagt de subsidie voor het pluspakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten: 1(. 181.512 euro,
2(. 0,12 euro per inwoner, en
3(. 31,77 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
1(. 181.512 euro,
2(. 0,12 euro per inwoner, en
3(. 31,77 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
5. Voor het aantal inwoners en het aantal hectare of vierkante kilometer grondoppervlak, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, onderdelen b, wordt uitgegaan van het laatstelijk op Statline van het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte inwonertal en grondoppervlak van de desbetreffende gemeente of provincie.
6. Het aantal inwoners en het aantal hectare of vierkante kilometer grondoppervlak, bedoeld in het eerste en het derde lid, van een stadsdeel van de gemeente Amsterdam wordt door de minister vastgesteld op basis van door het betrokken stadsdeel verstrekte gegevens daarover.
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten: 1(. 1,82 euro per inwoner, en
2(. 3,63 euro per hectare grondoppervlak.
1(. 1,82 euro per inwoner, en
2(. 3,63 euro per hectare grondoppervlak.
2. Per provincie bedraagt de subsidie voor het basispakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten: 1(. 136.134,06 euro,
2(. 0,09 euro per inwoner, en
3(. 22,24 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
1(. 136.134,06 euro,
2(. 0,09 euro per inwoner, en
3(. 22,24 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
3. Per gemeente bedraagt de subsidie voor het pluspakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten: 1(. 2,27 euro per inwoner, en
2(. 4,99 euro per hectare grondoppervlak.
1(. 2,27 euro per inwoner, en
2(. 4,99 euro per hectare grondoppervlak.
4. Per provincie bedraagt de subsidie voor het pluspakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten: 1(. 181.512 euro,
2(. 0,12 euro per inwoner, en
3(. 31,77 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
1(. 181.512 euro,
2(. 0,12 euro per inwoner, en
3(. 31,77 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
5. Voor het aantal inwoners en het aantal hectare of vierkante kilometer grondoppervlak, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, onderdelen b, wordt uitgegaan van het laatstelijk op Statline van het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte inwonertal en grondoppervlak van de desbetreffende gemeente of provincie.
6. Het aantal inwoners en het aantal hectare of vierkante kilometer grondoppervlak, bedoeld in het eerste en het derde lid, van een stadsdeel van de gemeente Amsterdam wordt door de minister vastgesteld op basis van door het betrokken stadsdeel verstrekte gegevens daarover.