BWBR0013383
Geldig vanaf 2003-07-15
Artikel 4
Subsidieregeling BANS klimaatconvenant
1. Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen: de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het plan van aanpak toe te rekenen en door de aanvrager tot subsidieverlening gemaakte en betaalde kosten:
a. loonkosten van het bij de uitvoering van het plan van aanpak direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600,
b. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten, alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, en
c. een opslag voor algemene kosten, groot 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen dat als uitvoeringskosten in aanmerking wordt genomen.
3. In afwijking van het eerste lid, mag de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezicht houdend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de aanvrager tot subsidieverlening geldende en controleerbare methodiek.
4. Kosten als bedoeld in het eerste lid, die zijn gemaakt vanaf de datum, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, worden tot de subsidiabele kosten gerekend.
a. loonkosten van het bij de uitvoering van het plan van aanpak direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600,
b. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten, alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, en
c. een opslag voor algemene kosten, groot 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen dat als uitvoeringskosten in aanmerking wordt genomen.
3. In afwijking van het eerste lid, mag de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezicht houdend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de aanvrager tot subsidieverlening geldende en controleerbare methodiek.
4. Kosten als bedoeld in het eerste lid, die zijn gemaakt vanaf de datum, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, worden tot de subsidiabele kosten gerekend.