BWBR0013267
Geldig vanaf 2015-04-14
Artikel 5.24
Besluit SUWI
1. Het Inlichtingenbureau verwerkt gegevens die bij of krachtens enige wet door tussenkomst van het Inlichtingenbureau aan of door colleges van burgemeester en wethouders worden verstrekt, voor zover artikel 62 van de Wet SUWIvan toepassing is. Het Inlichtingenbureau kan tevens, als verwerker, de gegevens verwerken die door het UWV, de Dienst wegverkeer of de Belastingdienst op grond van enig wettelijk voorschrift worden verstrekt aan colleges van burgemeester en wethouders, voor zover dit noodzakelijk is voor het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, bedoeld in artikel 255 van de Gemeentewet.
2. De in het eerste lid genoemde gegevens kunnen justitiële gegevens betreffen, die aan de colleges van burgemeester en wethouders worden verstrekt op grond van artikel 13a, tweede lid, onderdelen l, m en n, van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevensmet het oog op het nemen van een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete op grond van de wetten, genoemd in die onderdelen.
3. Het Inlichtingenbureau en de betrokken colleges van burgemeester en wethouders zijn gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken als bedoeld in artikel 26 van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, en het tweede lid.
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens door het Inlichtingenbureau worden verwerkt bij de uitoefening van de taken, genoemd in het eerste en tweede lid, en wat de respectievelijke verantwoordelijkheden zijn van het Inlichtingenbureau en de betrokken colleges van burgemeester en wethouders voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de Algemene verordening gegevensbescherming.
2. De in het eerste lid genoemde gegevens kunnen justitiële gegevens betreffen, die aan de colleges van burgemeester en wethouders worden verstrekt op grond van artikel 13a, tweede lid, onderdelen l, m en n, van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevensmet het oog op het nemen van een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete op grond van de wetten, genoemd in die onderdelen.
3. Het Inlichtingenbureau en de betrokken colleges van burgemeester en wethouders zijn gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken als bedoeld in artikel 26 van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, en het tweede lid.
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens door het Inlichtingenbureau worden verwerkt bij de uitoefening van de taken, genoemd in het eerste en tweede lid, en wat de respectievelijke verantwoordelijkheden zijn van het Inlichtingenbureau en de betrokken colleges van burgemeester en wethouders voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de Algemene verordening gegevensbescherming.