BWBR0013248
Geldig vanaf 2004-02-19
Artikel 11b
Tijdelijke stimuleringsregeling bevordering activering en uitstroom Abw, IOAW of IOAZ door middel van klantmanagement
1. Indien uit de jaaropgave over 2004 blijkt, dat burgemeester en wethouders op 31 december 2004 80% of meer van het in het kalenderjaar 2003 afgegeven herziene beschikking tot subsidieverlening opgenomen aantal tot en met 31 december 2004 te realiseren trajecten en 80% of meer van het in die beschikking opgenomen aantal tot en met 31 december 2004 te realiseren uitstroom hebben gerealiseerd en, voorzover de in bijlage 1bij deze regeling voor de desbetreffende gemeente opgenomen bevoorschotting over de kalenderjaren 2004 tot en met 2006 tezamen meer dan € 50.000,– bedraagt, die jaaropgave is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet, stelt de minister, binnen 6 maanden na ontvangst van die jaaropgave, in afwijking van de artikelen 5, 8, 9en 11, de subsidie voor de desbetreffende gemeente vast op het in de herziene beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
2. Indien uit de jaaropgave over 2005 blijkt, dat burgemeester en wethouders op 31 december 2005 100% van het in het kalenderjaar 2003 afgegeven herziene beschikking tot subsidieverlening opgenomen aantal tot en met 31 december 2005 te realiseren trajecten en 80% of meer van het in die beschikking opgenomen aantal tot en met 31 december 2005 te realiseren uitstroom hebben gerealiseerd en, voorzover de in bijlage 1bij deze regeling voor de desbetreffende gemeente opgenomen bevoorschotting over de kalenderjaren 2005 en 2006 tezamen meer dan € 50.000,– bedraagt, die jaaropgave is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet, stelt de minister, binnen 6 maanden na ontvangst van die jaaropgave, in afwijking van de artikelen 5, 8, 9en 11, de subsidie voor de desbetreffende gemeente vast op het in de herziene beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
3. Artikel 8, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de betaling van de subsidie, bedoeld in het eerste of tweede lid, met dien verstande dat, indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, de betaling van de subsidie die betrekking heeft op het kalenderjaar 2006 uiterlijk 1 juli 2006 plaatsvindt.
4. De verklaring van de accountant, bedoeld in het eerste of tweede lid, is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 5bij deze regeling voorgeschreven controle- en rapportageprotocol.
2. Indien uit de jaaropgave over 2005 blijkt, dat burgemeester en wethouders op 31 december 2005 100% van het in het kalenderjaar 2003 afgegeven herziene beschikking tot subsidieverlening opgenomen aantal tot en met 31 december 2005 te realiseren trajecten en 80% of meer van het in die beschikking opgenomen aantal tot en met 31 december 2005 te realiseren uitstroom hebben gerealiseerd en, voorzover de in bijlage 1bij deze regeling voor de desbetreffende gemeente opgenomen bevoorschotting over de kalenderjaren 2005 en 2006 tezamen meer dan € 50.000,– bedraagt, die jaaropgave is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet, stelt de minister, binnen 6 maanden na ontvangst van die jaaropgave, in afwijking van de artikelen 5, 8, 9en 11, de subsidie voor de desbetreffende gemeente vast op het in de herziene beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
3. Artikel 8, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de betaling van de subsidie, bedoeld in het eerste of tweede lid, met dien verstande dat, indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, de betaling van de subsidie die betrekking heeft op het kalenderjaar 2006 uiterlijk 1 juli 2006 plaatsvindt.
4. De verklaring van de accountant, bedoeld in het eerste of tweede lid, is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 5bij deze regeling voorgeschreven controle- en rapportageprotocol.