BWBR0013248
Geldig vanaf 2004-02-19
Artikel 11
Tijdelijke stimuleringsregeling bevordering activering en uitstroom Abw, IOAW of IOAZ door middel van klantmanagement
1. Met inachtneming van de artikelen 5en 6stelt de minister de subsidie vast:
a. voor trajecten binnen twaalf maanden na ontvangst van de jaaropgave over het kalenderjaar 2005, en
b. voor uitstroom binnen twaalf maanden na ontvangst van de jaaropgave over het kalenderjaar 2006.
2. De subsidie voor trajecten wordt vastgesteld door het totaal aantal vanaf 1 januari 2002 tot en met 31 december 2005 gerealiseerde trajecten te delen door het totale aantal te realiseren trajecten tot en met 31 december 2005 dat in bijlage 1met betrekking tot de desbetreffende gemeente is vermeld, en deze breuk te vermenigvuldigen met het maximale bedrag dat in bijlage 1met betrekking tot de desbetreffende gemeente voor het realiseren van trajecten beschikbaar is gesteld.
3. De subsidie voor uitstroom wordt vastgesteld door de totale vanaf 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 gerealiseerde uitstroom te delen door de tot en met 31 december 2006 te realiseren uitstroom die in bijlage 1met betrekking tot de desbetreffende gemeente is vermeld, en deze breuk te vermenigvuldigen met het maximale bedrag dat in bijlage 1met betrekking tot de desbetreffende gemeente voor het realiseren van uitstroom beschikbaar is gesteld.
4. Indien de jaaropgave niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, dan wel, indien van toepassing niet is voorzien van de verklaring van een accountant, bedoeld in artikel 9, eerste lid, stelt de minister de subsidie ambtshalve vast.
a. voor trajecten binnen twaalf maanden na ontvangst van de jaaropgave over het kalenderjaar 2005, en
b. voor uitstroom binnen twaalf maanden na ontvangst van de jaaropgave over het kalenderjaar 2006.
2. De subsidie voor trajecten wordt vastgesteld door het totaal aantal vanaf 1 januari 2002 tot en met 31 december 2005 gerealiseerde trajecten te delen door het totale aantal te realiseren trajecten tot en met 31 december 2005 dat in bijlage 1met betrekking tot de desbetreffende gemeente is vermeld, en deze breuk te vermenigvuldigen met het maximale bedrag dat in bijlage 1met betrekking tot de desbetreffende gemeente voor het realiseren van trajecten beschikbaar is gesteld.
3. De subsidie voor uitstroom wordt vastgesteld door de totale vanaf 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 gerealiseerde uitstroom te delen door de tot en met 31 december 2006 te realiseren uitstroom die in bijlage 1met betrekking tot de desbetreffende gemeente is vermeld, en deze breuk te vermenigvuldigen met het maximale bedrag dat in bijlage 1met betrekking tot de desbetreffende gemeente voor het realiseren van uitstroom beschikbaar is gesteld.
4. Indien de jaaropgave niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, dan wel, indien van toepassing niet is voorzien van de verklaring van een accountant, bedoeld in artikel 9, eerste lid, stelt de minister de subsidie ambtshalve vast.