BWBR0013229
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 7
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar UWV 2002
Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 2van dit besluit, die reeds éénmaal met goed gevolg het examen buitengewoon opsporingsambtenaar heeft afgelegd, wordt onder de navolgende voorwaarden ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar:
a. hij neemt deel aan een bijscholingsprogramma waarin tenminste de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de Minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, zijn verwerkt;
b. de verschillende onderdelen van het bijscholingsprogramma worden afgesloten met een toets;
c. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt onder verantwoordelijkheid van een coördinatiecommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is opgenomen;
d. hij heeft alle periodieke toetsen als bedoeld onder b. met goed gevolg afgelegd, waarbij echter de buitengewoon opsporingsambtenaar die is beëdigd vóór 15 februari 1999 bij de aanvraag tot verlenging van de toegekende opsporingsbevoegdheid tot uiterlijk 15 februari 2004 kan volstaan met overlegging van een bewijs van inschrijving van deelname aan, of het bewijs van inschrijving in het permanente bijscholingsprogramma van de sociale zekerheidsinstanties;
e. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat bij de buitengewoon opsporingsambtenaar het verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.
a. hij neemt deel aan een bijscholingsprogramma waarin tenminste de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de Minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, zijn verwerkt;
b. de verschillende onderdelen van het bijscholingsprogramma worden afgesloten met een toets;
c. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt onder verantwoordelijkheid van een coördinatiecommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is opgenomen;
d. hij heeft alle periodieke toetsen als bedoeld onder b. met goed gevolg afgelegd, waarbij echter de buitengewoon opsporingsambtenaar die is beëdigd vóór 15 februari 1999 bij de aanvraag tot verlenging van de toegekende opsporingsbevoegdheid tot uiterlijk 15 februari 2004 kan volstaan met overlegging van een bewijs van inschrijving van deelname aan, of het bewijs van inschrijving in het permanente bijscholingsprogramma van de sociale zekerheidsinstanties;
e. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat bij de buitengewoon opsporingsambtenaar het verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.