BWBR0013171
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 7:4
Mandaat- en volmachtbesluit directeuren BZK
1. De uitoefening door de directeur van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 7:1en artikel 7:3, geschiedt bij schriftelijk besluit, in overeenstemming met het diensthoofd en met kennisgeving aan de directeur Personeel en Organisatie en de directeur Financieel-Economische Zaken.
2. De uitoefening door de gemandateerde of gevolmachtigde, bedoeld in artikel 7:3, van diens bevoegdheid geschiedt bij schriftelijk besluit, in overeenstemming met de directeur en met kennisgeving aan de directeur Personeel en Organisatie en aan de directeur Financieel-Economische Zaken.
3. Voor de besluiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt gebruik gemaakt van het model, bedoeld in artikel 7:3, tweede lid, van het MV-besluit diensthoofden BZK. In overeenstemming met de directeur Personeel en Organisatie kan daarvan worden afgeweken indien daartoe bijzondere aanleiding bestaat.
2. De uitoefening door de gemandateerde of gevolmachtigde, bedoeld in artikel 7:3, van diens bevoegdheid geschiedt bij schriftelijk besluit, in overeenstemming met de directeur en met kennisgeving aan de directeur Personeel en Organisatie en aan de directeur Financieel-Economische Zaken.
3. Voor de besluiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt gebruik gemaakt van het model, bedoeld in artikel 7:3, tweede lid, van het MV-besluit diensthoofden BZK. In overeenstemming met de directeur Personeel en Organisatie kan daarvan worden afgeweken indien daartoe bijzondere aanleiding bestaat.