BWBR0013170
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 4:3
Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK
Aan de bewindspersonen is voorbehouden het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot:
a) het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift;
b) het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door een bewindspersoon onderscheidenlijk de secretaris-generaal is genomen;
c) het beslissen op een beroepschrift;
d) het instellen van een agentschap bij het ministerie;
e) het oprichten van een rechtspersoon;
f) het geven van aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift;
g) het toepassen van aanwijzing 3 van de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren;
h) het vaststellen van het besluit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst, houdende de vaststelling van de organisatie van het ministerie;
i) het uitoefenen van het houderschap van de departementale persoonsregistraties;
j) het uitoefenen van de op grond van departementale regelgeving aan de minister voorbehouden bevoegdheden met betrekking tot vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken;
k) het instellen van een adviescommissie of klachtencommissie en het benoemen en ontslaan van de (plaatsvervangend) voorzitter en (plaatsvervangend) leden van die commissie;
l) het benoemen en ontslaan van departementale vertrouwenspersonen;
m) het verlenen van goedkeuring aan, het schorsen of het vernietigen van, dan wel het onthouden van goedkeuring aan besluiten van een ander bestuursorgaan;
n) het definitief buiteninvorderingstellen onderscheidenlijk kwijtschelden van vorderingen op derden vanaf door de Minister van Financiën vastgestelde grensbedragen;
o) het definitief vaststellen van een sectorale arbeidsvoorwaardenovereenkomst waarvoor de bewindspersoon verantwoordelijk is.
a) het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift;
b) het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door een bewindspersoon onderscheidenlijk de secretaris-generaal is genomen;
c) het beslissen op een beroepschrift;
d) het instellen van een agentschap bij het ministerie;
e) het oprichten van een rechtspersoon;
f) het geven van aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift;
g) het toepassen van aanwijzing 3 van de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren;
h) het vaststellen van het besluit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst, houdende de vaststelling van de organisatie van het ministerie;
i) het uitoefenen van het houderschap van de departementale persoonsregistraties;
j) het uitoefenen van de op grond van departementale regelgeving aan de minister voorbehouden bevoegdheden met betrekking tot vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken;
k) het instellen van een adviescommissie of klachtencommissie en het benoemen en ontslaan van de (plaatsvervangend) voorzitter en (plaatsvervangend) leden van die commissie;
l) het benoemen en ontslaan van departementale vertrouwenspersonen;
m) het verlenen van goedkeuring aan, het schorsen of het vernietigen van, dan wel het onthouden van goedkeuring aan besluiten van een ander bestuursorgaan;
n) het definitief buiteninvorderingstellen onderscheidenlijk kwijtschelden van vorderingen op derden vanaf door de Minister van Financiën vastgestelde grensbedragen;
o) het definitief vaststellen van een sectorale arbeidsvoorwaardenovereenkomst waarvoor de bewindspersoon verantwoordelijk is.