1. De secretaris-generaal is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van zijn volmacht aan een diensthoofd, ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd overeenkomstig het
Organisatiebesluit BZK, respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen, niet zijnde diensthoofden.
3. De secretaris-generaal kan met betrekking tot de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften ondermandaat verlenen aan de diensthoofden met dien verstande dat ten aanzien van personele aangelegenheden alleen ondermandaat kan worden verleend aan de plaatsvervangend secretaris-generaal.