BWBR0013106
Geldig vanaf 2001-12-09
Artikel 6
Tijdelijke vrijstellingsregeling experiment mestconcentraten Meststoffenwet
1. Voor de geproduceerde mestconcentraten bestaan reële afzetmogelijkheden.
2. De mestverwerker en de producent hebben uiterlijk op het moment van de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 10 van het besluit, voor ten minste de helft van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een vaststelling ten behoeve van de productie van mestconcentraten verzocht wordt, een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met een of meer eindgebruikers of met een of meer handelaren in mestconcentraten die een of meer overeenkomsten hebben afgesloten met een of meer eindgebruikers.
3. De mestverwerker en de producent hebben inzicht verschaft in de wijze waarop zij voornemens zijn de mestconcentraten af te zetten.
4. Indien de aanvraag is ingediend voor 1 januari 2002, hebben de mestverwerker en de producent, in afwijking van het tweede lid, uiterlijk op het moment van de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 10 van het besluit, voor ten minste tien procent, en uiterlijk op 1 april 2002 voor ten minste de helft van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een vaststelling ten behoeve van de productie van mestconcentraten verzocht wordt, een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met een of meer eindgebruikers of met een of meer handelaren in mestconcentraten die een of meer overeenkomsten hebben afgesloten met een of meer eindgebruikers.
2. De mestverwerker en de producent hebben uiterlijk op het moment van de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 10 van het besluit, voor ten minste de helft van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een vaststelling ten behoeve van de productie van mestconcentraten verzocht wordt, een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met een of meer eindgebruikers of met een of meer handelaren in mestconcentraten die een of meer overeenkomsten hebben afgesloten met een of meer eindgebruikers.
3. De mestverwerker en de producent hebben inzicht verschaft in de wijze waarop zij voornemens zijn de mestconcentraten af te zetten.
4. Indien de aanvraag is ingediend voor 1 januari 2002, hebben de mestverwerker en de producent, in afwijking van het tweede lid, uiterlijk op het moment van de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 10 van het besluit, voor ten minste tien procent, en uiterlijk op 1 april 2002 voor ten minste de helft van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een vaststelling ten behoeve van de productie van mestconcentraten verzocht wordt, een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met een of meer eindgebruikers of met een of meer handelaren in mestconcentraten die een of meer overeenkomsten hebben afgesloten met een of meer eindgebruikers.