BWBR0013106
Geldig vanaf 2001-12-09
Artikel 11
Tijdelijke vrijstellingsregeling experiment mestconcentraten Meststoffenwet
1. Ter verkrijging van een vaststelling van een grotere hoeveelheid dierlijke meststoffen dan de hoeveelheid die bij de verlening van de erkenning is vastgesteld overeenkomstig artikel 7, dient de erkende mestverwerker of de erkende producent met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van het besluit, daartoe bij Bureau Heffingen een aanvraag in en legt daarbij over aanvullende gegevens betreffende de aanvullende zekerheid waarin door hem is voorzien alsmede, met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanvullende gegevens betreffende de afzetmogelijkheden voor de aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen.
2. Bij de bepaling van de aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen is artikel 7van overeenkomstige toepassing.
3. De erkende mestverwerker of de erkende producent heeft voor de aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met een of meer eindgebruikers of met een of meer handelaren in mestconcentraten die een of meer overeenkomsten heeft afgesloten met een of meer eindgebruikers, en legt een afschrift van deze overeenkomsten over tezamen met de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
4. Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend na 1 januari van het kalenderjaar waarop de hoeveelheid dierlijke meststoffen die is vastgesteld betrekking heeft, wordt de aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen alleen door de minister vastgesteld indien de mestverwerker of producent bij de aanvraag voor die aanvullende hoeveelheid overeenkomsten met een of meer eindgebruikers of met een of meer handelaren in mestconcentraten overlegt voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen ten aanzien waarvan geen afschrift van een overeenkomst als bedoeld in artikel 6, tweede lid, is overgelegd bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, of in voorkomend geval van het afzetplan, bedoeld in artikel 9.
2. Bij de bepaling van de aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen is artikel 7van overeenkomstige toepassing.
3. De erkende mestverwerker of de erkende producent heeft voor de aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met een of meer eindgebruikers of met een of meer handelaren in mestconcentraten die een of meer overeenkomsten heeft afgesloten met een of meer eindgebruikers, en legt een afschrift van deze overeenkomsten over tezamen met de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
4. Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend na 1 januari van het kalenderjaar waarop de hoeveelheid dierlijke meststoffen die is vastgesteld betrekking heeft, wordt de aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen alleen door de minister vastgesteld indien de mestverwerker of producent bij de aanvraag voor die aanvullende hoeveelheid overeenkomsten met een of meer eindgebruikers of met een of meer handelaren in mestconcentraten overlegt voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen ten aanzien waarvan geen afschrift van een overeenkomst als bedoeld in artikel 6, tweede lid, is overgelegd bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, of in voorkomend geval van het afzetplan, bedoeld in artikel 9.