BWBR0012978
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 4
Regeling aanwijzing bromfietsen of motorfietsen ten behoeve van vrijstelling van de helmdraagplicht
1. Uit het testrapport blijkt dat de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of motorfiets is onderworpen aan de volgende testen:
a. een zijdelingse aanrijding door een personenauto (testconfiguratie 1);
b. een frontale botsing tussen de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets en personenauto onder een hoek van 45° (tekstconfiguratie 2);
c. een zijdelingse aanrijding van de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets tegen een personenauto onder een hoek van 45° (testconfiguratie 4);
d. een schampende frontale aanrijding tussen een personenauto en de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets (testconfiguratie 6);
e. een zijdelingse aanrijding van de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets tegen een personenauto (testconfiguratie 7);
f. kanteltest en test daksterkte als beschreven in de bijlage;
g. een test betreffende de uitstekende delen, bedoeld in het derde hoofdstuk van richtlijn 97/24/EG.
2. De testen genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden uitgevoerd overeenkomstig de daarbij aangegeven testconfiguraties, zoals opgenomen in NEN-ISO 13232-2 (februari 1997), paragraaf 4.3.1, waarbij wanneer het een test betreft ten behoeve van de aanwijzing van een bromfiets, niet zijnde een brommobiel, de snelheid kan worden beperkt tot 12,5 meter per seconde.
3. Uit het testrapport blijkt dat een voldoende beschermingsniveau wordt gewaarborgd, met dien verstande dat bij de testen genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, en de kanteltest, bedoeld in onderdeel f, de maximale waarde van de belasting van de kop van de testdummy de waarde van HPC=1000 niet is overschreden.
4. Met de in dit artikel bedoelde testen worden gelijkgesteld testen die aan ten minste gelijkwaardige eisen voldoen.
a. een zijdelingse aanrijding door een personenauto (testconfiguratie 1);
b. een frontale botsing tussen de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets en personenauto onder een hoek van 45° (tekstconfiguratie 2);
c. een zijdelingse aanrijding van de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets tegen een personenauto onder een hoek van 45° (testconfiguratie 4);
d. een schampende frontale aanrijding tussen een personenauto en de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets (testconfiguratie 6);
e. een zijdelingse aanrijding van de bromfiets, niet zijnde brommobiel, of de motorfiets tegen een personenauto (testconfiguratie 7);
f. kanteltest en test daksterkte als beschreven in de bijlage;
g. een test betreffende de uitstekende delen, bedoeld in het derde hoofdstuk van richtlijn 97/24/EG.
2. De testen genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden uitgevoerd overeenkomstig de daarbij aangegeven testconfiguraties, zoals opgenomen in NEN-ISO 13232-2 (februari 1997), paragraaf 4.3.1, waarbij wanneer het een test betreft ten behoeve van de aanwijzing van een bromfiets, niet zijnde een brommobiel, de snelheid kan worden beperkt tot 12,5 meter per seconde.
3. Uit het testrapport blijkt dat een voldoende beschermingsniveau wordt gewaarborgd, met dien verstande dat bij de testen genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, en de kanteltest, bedoeld in onderdeel f, de maximale waarde van de belasting van de kop van de testdummy de waarde van HPC=1000 niet is overschreden.
4. Met de in dit artikel bedoelde testen worden gelijkgesteld testen die aan ten minste gelijkwaardige eisen voldoen.