BWBR0012924
Geldig vanaf 2001-11-01
Artikel 20
Examenreglement voor luchtvarenden 2001
1. Een praktijkexamen en een proeve van bekwaamheid bestaan uit examensecties. Examensecties zijn onderverdeeld in examenitems, welke uitsluitend positief of negatief kunnen worden beoordeeld.
2. Voor de beoordeling van examenitems worden met betrekking tot vliegers van vliegtuigen en helikopters, alsmede met betrekking tot boordwerktuigkundigen, de volgende toleranties toegepast:
a. voor ATPL(A) respectievelijk ATPL(H): de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, onderdelen 13 en 14, respectievelijk JAR-FCL 2.240 en 2.295, onderdelen 13 en 14;
b. voor CFEL: de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 4.240;
c. voor CPL(A) respectievelijk CPL(H): de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 1.170, onderdelen 12 en 13, respectievelijk appendix 1 bij JAR-FCL 2.170, onderdelen 12 en 13;
d. voor PPL(A) of RPL(A) respectievelijk PPL(H) of RPL(H): de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 1.130 en 1.135, onderdelen 17 en 18, respectievelijk appendix 1 bij JAR-FCL 2.130 en 2.135, onderdelen 17 en 18;
e. voor IR(A) respectievelijk IR(H): de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 1.210, onderdelen 12 en 13, respectievelijk appendix 1 bij JAR-FCL 2.210, onderdelen 12 en 13;
f. voor een type- of klassebevoegdverklaring (A) respectievelijk (H) respectievelijk (E): de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, onderdelen 13 en 14, respectievelijk appendix 1 bij JAR-FCL 2.240 en 2.295, onderdelen 13 en 14 respectievelijk appendix 1 bij JAR-FCL 4.240.
2. Voor de beoordeling van examenitems worden met betrekking tot vliegers van vliegtuigen en helikopters, alsmede met betrekking tot boordwerktuigkundigen, de volgende toleranties toegepast:
a. voor ATPL(A) respectievelijk ATPL(H): de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, onderdelen 13 en 14, respectievelijk JAR-FCL 2.240 en 2.295, onderdelen 13 en 14;
b. voor CFEL: de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 4.240;
c. voor CPL(A) respectievelijk CPL(H): de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 1.170, onderdelen 12 en 13, respectievelijk appendix 1 bij JAR-FCL 2.170, onderdelen 12 en 13;
d. voor PPL(A) of RPL(A) respectievelijk PPL(H) of RPL(H): de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 1.130 en 1.135, onderdelen 17 en 18, respectievelijk appendix 1 bij JAR-FCL 2.130 en 2.135, onderdelen 17 en 18;
e. voor IR(A) respectievelijk IR(H): de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 1.210, onderdelen 12 en 13, respectievelijk appendix 1 bij JAR-FCL 2.210, onderdelen 12 en 13;
f. voor een type- of klassebevoegdverklaring (A) respectievelijk (H) respectievelijk (E): de toleranties, bedoeld in appendix 1 bij JAR-FCL 1.240 en 1.295, onderdelen 13 en 14, respectievelijk appendix 1 bij JAR-FCL 2.240 en 2.295, onderdelen 13 en 14 respectievelijk appendix 1 bij JAR-FCL 4.240.