BWBR0012924
Geldig vanaf 2001-11-01
Artikel 16
Examenreglement voor luchtvarenden 2001
1. Een kandidaat is voor het afleggen van een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid een vergoeding verschuldigd aan:
a. indien artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van toepassing is: de opleidingsinstelling, voor zover deze de kosten doorberekent;
b. indien artikel 15, eerste lid, onderdeel b, hetzij artikel 15, tweede lid, van toepassing is: de minister.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, omvat:
a. in het geval van het eerste lid, onderdeel a: de vergoeding van het honorarium en de vergoeding van de ten behoeve van het afnemen van het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid gemaakte reis- en verblijfkosten van de examinator, met dien verstande dat het totaal van de vergoeding ten hoogste f 400 (€ 182) bedraagt;
b. in het geval van het eerste lid, onderdeel b: de vergoeding van de kosten met inachtneming van het op het moment van de aanvraag geldende tarief.
a. indien artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van toepassing is: de opleidingsinstelling, voor zover deze de kosten doorberekent;
b. indien artikel 15, eerste lid, onderdeel b, hetzij artikel 15, tweede lid, van toepassing is: de minister.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, omvat:
a. in het geval van het eerste lid, onderdeel a: de vergoeding van het honorarium en de vergoeding van de ten behoeve van het afnemen van het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid gemaakte reis- en verblijfkosten van de examinator, met dien verstande dat het totaal van de vergoeding ten hoogste f 400 (€ 182) bedraagt;
b. in het geval van het eerste lid, onderdeel b: de vergoeding van de kosten met inachtneming van het op het moment van de aanvraag geldende tarief.