BWBR0012921
Geldig vanaf 2001-10-28
Artikel 6
Beleidsregels near shore windpark
1. De Minister van Economische Zaken wint omtrent de deelnemingen die niet op grond van artikel 5zijn uitgesloten van de selectie het advies in van de Adviescommissie near shore windpark.
2. De adviescommissie geeft aan de Minister van Economische Zaken in ieder geval een negatief advies indien:
a. zij het onaannemelijk acht dat binnen 24 maanden na bekendmaking van het resultaat van de selectie een aanvang zal worden gemaakt met de bouw van het near shore windpark;
b. zij onvoldoende vertrouwen heeft in de financiële draagkracht van de deelnemer;
c. zij onvoldoende vertrouwen heeft in de technische haalbaarheid van het projectplan;
d. zij onvoldoende vertrouwen heeft in de financiering en exploitatie van het projectplan.
3. De commissie rangschikt de deelnemingen waaromtrent een positief advies wordt gegeven zodanig, dat een deelneming hoger gerangschikt wordt naarmate het hoger wordt gewaardeerd, gelet op de volgende criteria, met inachtneming van de per criterium maximaal te behalen punten:
a. de kwaliteit van de deelnemer: 60 punten;
b. de kwaliteit van het projectplan: 90 punten;
c. de financiële onderbouwing van het projectplan: 60 punten;
d. het demonstratiekarakter van het projectplan: 90,
met dien verstande dat op de totale waardering op de onderdelen a tot en met d steeds 3 punten in aftrek gebracht worden voor iedere € 907.560,43 subsidie die nodig is boven een subsidiebedrag van € 9.075.604,32 om het windpark overeenkomstig het projectplan te realiseren en exploiteren.
2. De adviescommissie geeft aan de Minister van Economische Zaken in ieder geval een negatief advies indien:
a. zij het onaannemelijk acht dat binnen 24 maanden na bekendmaking van het resultaat van de selectie een aanvang zal worden gemaakt met de bouw van het near shore windpark;
b. zij onvoldoende vertrouwen heeft in de financiële draagkracht van de deelnemer;
c. zij onvoldoende vertrouwen heeft in de technische haalbaarheid van het projectplan;
d. zij onvoldoende vertrouwen heeft in de financiering en exploitatie van het projectplan.
3. De commissie rangschikt de deelnemingen waaromtrent een positief advies wordt gegeven zodanig, dat een deelneming hoger gerangschikt wordt naarmate het hoger wordt gewaardeerd, gelet op de volgende criteria, met inachtneming van de per criterium maximaal te behalen punten:
a. de kwaliteit van de deelnemer: 60 punten;
b. de kwaliteit van het projectplan: 90 punten;
c. de financiële onderbouwing van het projectplan: 60 punten;
d. het demonstratiekarakter van het projectplan: 90,
met dien verstande dat op de totale waardering op de onderdelen a tot en met d steeds 3 punten in aftrek gebracht worden voor iedere € 907.560,43 subsidie die nodig is boven een subsidiebedrag van € 9.075.604,32 om het windpark overeenkomstig het projectplan te realiseren en exploiteren.