BWBR0012921
Geldig vanaf 2001-10-28
Artikel 3
Beleidsregels near shore windpark
1. Er is een Adviescommissie near shore windpark die tot taak heeft de Minister van Economische Zaken op zijn verzoek te adviseren omtrent de deelnemingen in de selectieprocedure.
2. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vier andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de Ministeries van Economische Zaken, Financiën, Verkeer en Waterstaat, of Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu.
3. De voorzitter en de leden worden door de Minister van Economische Zaken voor een termijn van ten hoogste 2 jaar benoemd.
4. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
5. Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de uitslag van de selectie.
6. De Minister van Economische Zaken kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
7. In het secretariaat van de commissie wordt door de Minister van Economische Zaken voorzien.
8. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van dat ministerie.
9. De commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister van Economische Zaken de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Deze minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
10. De commissie stelt uiterlijk binnen twee maanden nadat zij advies als bedoeld in het eerste lid heeft uitgebracht een verslag op van haar werkzaamheden in het kader van deze beleidsregels, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het verslag wordt aan de Minister van Economische Zaken toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
2. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vier andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de Ministeries van Economische Zaken, Financiën, Verkeer en Waterstaat, of Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu.
3. De voorzitter en de leden worden door de Minister van Economische Zaken voor een termijn van ten hoogste 2 jaar benoemd.
4. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
5. Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de uitslag van de selectie.
6. De Minister van Economische Zaken kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
7. In het secretariaat van de commissie wordt door de Minister van Economische Zaken voorzien.
8. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van dat ministerie.
9. De commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister van Economische Zaken de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Deze minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
10. De commissie stelt uiterlijk binnen twee maanden nadat zij advies als bedoeld in het eerste lid heeft uitgebracht een verslag op van haar werkzaamheden in het kader van deze beleidsregels, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het verslag wordt aan de Minister van Economische Zaken toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.