BWBR0012910
Geldig vanaf 2001-11-07
Artikel XI
Vaststellingsbesluit eenmalige uitkering en wijziging van enige besluiten (arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie over de periode van 1 augustus 2000 tot en met 30 september 2001)
Toekenning van een eenmalige uitkering over 2000 aan het defensiepersoneel
A. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de geestelijk verzorger die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om bij de krijgsmacht doorlopend werkzaam te zijn.
b. betrokkene: 1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in werkelijke dienst was;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in werkelijke dienst was;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
c. berekeningsbasis: 1. de over de maand december 2000 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 2000 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 2000 op grond van een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
1. de over de maand december 2000 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 2000 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 2000 op grond van een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
a. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de geestelijk verzorger die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om bij de krijgsmacht doorlopend werkzaam te zijn.
b. betrokkene: 1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in werkelijke dienst was;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in werkelijke dienst was;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
c. berekeningsbasis: 1. de over de maand december 2000 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 2000 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 2000 op grond van een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
1. de over de maand december 2000 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 2000 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 2000 op grond van een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
B. De betrokkene, bedoeld in onderdeel A, onder b, 1 tot en met 3, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering ter grootte van 12,96% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
C. De betrokkene, bedoeld in onderdeel A, onder b, 4 en 5, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering ter grootte van 12% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
D. De eenmalige uitkering als bedoeld onder B en C heeft geen algemeen karakter en wordt niet gerekend tot de bezoldiging of het salaris in de zin van de bezoldigingsvoorschriften. De eenmalige uitkering maakt evenmin deel uit van de bij het vaststellen van de pensioengrondslag bedoeld in artikel C1 van de Algemeen militaire pensioenwet in beschouwing te nemen inkomsten en emolumenten, waarop de gewezen militair aanspraak had of zou hebben gehad.
A. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de geestelijk verzorger die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om bij de krijgsmacht doorlopend werkzaam te zijn.
b. betrokkene: 1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in werkelijke dienst was;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in werkelijke dienst was;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
c. berekeningsbasis: 1. de over de maand december 2000 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 2000 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 2000 op grond van een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
1. de over de maand december 2000 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 2000 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 2000 op grond van een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
a. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de geestelijk verzorger die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om bij de krijgsmacht doorlopend werkzaam te zijn.
b. betrokkene: 1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in werkelijke dienst was;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in werkelijke dienst was;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
c. berekeningsbasis: 1. de over de maand december 2000 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 2000 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 2000 op grond van een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
1. de over de maand december 2000 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 2000 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 2000 op grond van een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
B. De betrokkene, bedoeld in onderdeel A, onder b, 1 tot en met 3, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering ter grootte van 12,96% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
C. De betrokkene, bedoeld in onderdeel A, onder b, 4 en 5, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering ter grootte van 12% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
D. De eenmalige uitkering als bedoeld onder B en C heeft geen algemeen karakter en wordt niet gerekend tot de bezoldiging of het salaris in de zin van de bezoldigingsvoorschriften. De eenmalige uitkering maakt evenmin deel uit van de bij het vaststellen van de pensioengrondslag bedoeld in artikel C1 van de Algemeen militaire pensioenwet in beschouwing te nemen inkomsten en emolumenten, waarop de gewezen militair aanspraak had of zou hebben gehad.