BWBR0012881
Geldig vanaf 2001-11-01
Artikel 5.1
Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie van VROM
1. Er wordt een privacyfunctionaris overeenkomstig benoemd. De privacyfunctionaris ziet toe op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij of krachtens de wet en deze regeling bepaalde. De taken en bevoegdheden van de privacyfunctionaris worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst gesloten tussen de Minister en de privacyfunctionaris in persoon.
2. In geval de privacyfunctionaris onregelmatigheden aantreft bij de verwerking van persoonsgegevens brengt hij hierover verslag uit aan de Minister.
3. De privacyfunctionaris houdt een register bij als bedoeld in artikel 2.6 van deze regeling.
4. De privacyfunctionaris brengt jaarlijks vóór 1 maart verslag uit van zijn werkzaamheden en bevindingen aan de Minister.
5. In voorkomende gevallen brengt de privacyfunctionaris aanbevelingen uit aan de Minister, die strekken tot een betere bescherming van de gegevens die worden verwerkt
2. In geval de privacyfunctionaris onregelmatigheden aantreft bij de verwerking van persoonsgegevens brengt hij hierover verslag uit aan de Minister.
3. De privacyfunctionaris houdt een register bij als bedoeld in artikel 2.6 van deze regeling.
4. De privacyfunctionaris brengt jaarlijks vóór 1 maart verslag uit van zijn werkzaamheden en bevindingen aan de Minister.
5. In voorkomende gevallen brengt de privacyfunctionaris aanbevelingen uit aan de Minister, die strekken tot een betere bescherming van de gegevens die worden verwerkt