BWBR0012881
Geldig vanaf 2001-11-01
Artikel 1.5
Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie van VROM
1. Indien de werkzaamheden ten behoeve van de verwerking van persoonsgegevens worden uitgevoerd door een bewerker, vindt die uitvoering uitsluitend plaats op basis van een overeenkomst of krachtens een andere rechtshandeling waardoor een verbintenis ontstaat tussen bewerker en de Minister.
2. Deze overeenkomst of rechtshandeling regelt in ieder geval:
a. de aansprakelijkheid van de bewerker voor inbreuken op de persoonlijke levenssfeer in verband met de door deze verwerkte gegevens;
b. dat een ieder die handelt onder het gezag van de bewerker, alsmede de bewerker zelf, voor zover deze toegang hebben tot persoonsgegevens, deze persoonsgegevens verwerkt in opdracht van de Minister, behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen;
c. dat voor de personen bedoeld in lid 2 onder b een geheimhoudingsplicht geldt ingevolge artikel 12 lid 2 van de wet; en
d. dat de bewerker passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer legt om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking ingevolge artikel 13 van de wet en overeenkomstig artikel 4 van deze regeling.
3. Deze overeenkomst of rechtshandeling wordt schriftelijk of in een andere, gelijkwaardige vorm vastgelegd.
2. Deze overeenkomst of rechtshandeling regelt in ieder geval:
a. de aansprakelijkheid van de bewerker voor inbreuken op de persoonlijke levenssfeer in verband met de door deze verwerkte gegevens;
b. dat een ieder die handelt onder het gezag van de bewerker, alsmede de bewerker zelf, voor zover deze toegang hebben tot persoonsgegevens, deze persoonsgegevens verwerkt in opdracht van de Minister, behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen;
c. dat voor de personen bedoeld in lid 2 onder b een geheimhoudingsplicht geldt ingevolge artikel 12 lid 2 van de wet; en
d. dat de bewerker passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer legt om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking ingevolge artikel 13 van de wet en overeenkomstig artikel 4 van deze regeling.
3. Deze overeenkomst of rechtshandeling wordt schriftelijk of in een andere, gelijkwaardige vorm vastgelegd.