BWBR0012877
Geldig vanaf 2007-06-10
Artikel 34
Regeling erkenningen luchtwaardigheid
1. Degene, die een aanvraag voor een MOA heeft ingediend, wordt erkend nadat het ten genoegen van de minister heeft aangetoond, dat: hij:
a. voldoet aan JAR-145, zoals die luidt met ingang van 1 november 2001;
b. in Nederland is gevestigd, en
c. voor zover het een niet JAA-persoon betreft de aanvraag door tussenkomst van de JAA wordt ingediend.
2. De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van het bedrijf, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door het bedrijf gevoerde beleid.
3. De aanvraag wordt ingediend door middel van volledig ingevulde en ondertekende formulieren, waarvan de exemplaren kosteloos bij de minister zijn te verkrijgen.
a. voldoet aan JAR-145, zoals die luidt met ingang van 1 november 2001;
b. in Nederland is gevestigd, en
c. voor zover het een niet JAA-persoon betreft de aanvraag door tussenkomst van de JAA wordt ingediend.
2. De aanvraag wordt ingediend door de functionaris van het bedrijf, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door het bedrijf gevoerde beleid.
3. De aanvraag wordt ingediend door middel van volledig ingevulde en ondertekende formulieren, waarvan de exemplaren kosteloos bij de minister zijn te verkrijgen.