BWBR0012854
Geldig vanaf 2001-11-04
Artikel 5
Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer
1. Projectkosten komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie voor zover deze rechtstreeks aan de uitvoering van het CO 2-reductieproject zijn toe te rekenen en na de datum van indiening van de subsidieaanvraag door de subsidieontvanger zijn gemaakt en betaald.
2. In afwijking van het eerste lid kan in een CO 2-programma worden bepaald dat ook projectkosten die gemaakt zijn voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag subsidiabel zijn.
3. De volgende projectkosten zijn subsidiabel:
a. loonkosten, uitgaande van een uurloon zoals weergegeven in de loonstaat ingevolge artikel 67 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001;
b. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
c. kosten van aangeschafte machines en apparatuur naar rato van het gebruik voor het project, met dien verstande dat in geval van lease wordt uitgegaan van de leasetermijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van maximaal vijf jaar;
d. aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de aanschaf van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten;
e. reis- en verblijfskosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum van 10% van de onder a bedoelde loonkosten;
f. een opslag voor algemene kosten, groot 25% van de onder a bedoelde kosten.
4. De kosten van aanschaf van de voorzieningen die deel uitmaken van een investeringsproject worden, in afwijking van het derde lid, onder b en c, berekend op basis van een in de gehele organisatie van de subsidieontvanger gebruikelijke, controleerbare methodiek, waarbij wordt uitgegaan van historische aanschafprijzen. In het geval een voorziening wordt aangeschaft door middel van een lease-overeenkomst, is het vereiste dat de kosten moeten zijn gemaakt niet van toepassing en worden als kosten van aanschaf in aanmerking genomen de contante waarde van de in totaal verschuldigde leasetermijnen, verdisconteerd op jaarbasis.
5. De kosten zoals vermeld in het derde lid, onder a en b, worden in het geval deze door derden worden gemaakt ten behoeve van een toepassingsproject, ook als subsidiabel aangemerkt.
6. Niet-subsidiabel zijn:
a. winstopslagen bij transacties binnen een groep;
b. financieringskosten en rentevergoedingen;
c. omzetbelasting over de kosten, tenzij de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt de omzetbelasting niet kan verrekenen.
7. Indien geen loonkosten als bedoeld in het derde lid, onder a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als projectkosten mede in aanmerking wordt genomen.
8. De minister kan bepalen dat in afwijking van het derde lid het uurloon en de opslag voor algemene kosten worden vastgesteld overeenkomstig een in de gehele organisatie van een subsidieontvanger gebruikelijke, controleerbare methodiek.
2. In afwijking van het eerste lid kan in een CO 2-programma worden bepaald dat ook projectkosten die gemaakt zijn voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag subsidiabel zijn.
3. De volgende projectkosten zijn subsidiabel:
a. loonkosten, uitgaande van een uurloon zoals weergegeven in de loonstaat ingevolge artikel 67 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001;
b. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
c. kosten van aangeschafte machines en apparatuur naar rato van het gebruik voor het project, met dien verstande dat in geval van lease wordt uitgegaan van de leasetermijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van maximaal vijf jaar;
d. aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de aanschaf van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten;
e. reis- en verblijfskosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum van 10% van de onder a bedoelde loonkosten;
f. een opslag voor algemene kosten, groot 25% van de onder a bedoelde kosten.
4. De kosten van aanschaf van de voorzieningen die deel uitmaken van een investeringsproject worden, in afwijking van het derde lid, onder b en c, berekend op basis van een in de gehele organisatie van de subsidieontvanger gebruikelijke, controleerbare methodiek, waarbij wordt uitgegaan van historische aanschafprijzen. In het geval een voorziening wordt aangeschaft door middel van een lease-overeenkomst, is het vereiste dat de kosten moeten zijn gemaakt niet van toepassing en worden als kosten van aanschaf in aanmerking genomen de contante waarde van de in totaal verschuldigde leasetermijnen, verdisconteerd op jaarbasis.
5. De kosten zoals vermeld in het derde lid, onder a en b, worden in het geval deze door derden worden gemaakt ten behoeve van een toepassingsproject, ook als subsidiabel aangemerkt.
6. Niet-subsidiabel zijn:
a. winstopslagen bij transacties binnen een groep;
b. financieringskosten en rentevergoedingen;
c. omzetbelasting over de kosten, tenzij de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt de omzetbelasting niet kan verrekenen.
7. Indien geen loonkosten als bedoeld in het derde lid, onder a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als projectkosten mede in aanmerking wordt genomen.
8. De minister kan bepalen dat in afwijking van het derde lid het uurloon en de opslag voor algemene kosten worden vastgesteld overeenkomstig een in de gehele organisatie van een subsidieontvanger gebruikelijke, controleerbare methodiek.