BWBR0012854
Geldig vanaf 2001-11-04
Artikel 4
Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer
1. De subsidie bedraagt met inachtneming van het vastgestelde subsidieplafond:
a. voor een investeringsproject maximaal 30% bruto van de door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde projectkosten, zoals omschreven in artikel 5 en voorzover deze kosten ingevolge het streven naar CO2-reductie additioneel zijn ten opzichte van de gebruikelijke investeringskosten;
b. voor een kennisoverdrachtproject maximaal 50% bruto van de door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde projectkosten, zoals omschreven in artikel 5;
c. voor een toepassingsproject maximaal 100% van de rechtstreeks aan het CO2-reductieproject toe te rekenen en door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde exploitatiekosten, zoals omschreven in artikel 5, derde lid, onder a, b en f, en voor zover deze kosten ingevolge het streven naar CO2-reductie additioneel zijn ten opzichte van de gebruikelijke exploitatiekosten, voor een periode van maximaal 5 jaar gedurende waarin de subsidie lineair zal afnemen tot nulniveau.
2. De in het eerste lid, onder a en b, genoemde percentages worden met maximaal 10% bruto verhoogd indien de subsidieontvanger een kleine of middelgrote onderneming is als bedoeld in de Verordening (EG) 70/2001van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen.
3. De in het eerste lid, onder a en b, genoemde percentages kunnen overeenkomstig het bepaalde in het CO 2-programma worden verhoogd indien de aanvrager geen onderneming drijft en het CO 2-reductieproject niet tot doel heeft de levering, tegen vergoeding, van goederen en diensten.
4. Voor een investeringsproject geldt voor de subsidie-effectiviteit een maximale waarde van € 45 per ton CO 2.
5. Indien een kennisoverdrachtproject gericht is op ondernemingen, komen alleen de kleine of middelgrote ondernemingen als bedoeld in de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (Pb 2001/C37/03) daarvoor in aanmerking.
a. voor een investeringsproject maximaal 30% bruto van de door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde projectkosten, zoals omschreven in artikel 5 en voorzover deze kosten ingevolge het streven naar CO2-reductie additioneel zijn ten opzichte van de gebruikelijke investeringskosten;
b. voor een kennisoverdrachtproject maximaal 50% bruto van de door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde projectkosten, zoals omschreven in artikel 5;
c. voor een toepassingsproject maximaal 100% van de rechtstreeks aan het CO2-reductieproject toe te rekenen en door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde exploitatiekosten, zoals omschreven in artikel 5, derde lid, onder a, b en f, en voor zover deze kosten ingevolge het streven naar CO2-reductie additioneel zijn ten opzichte van de gebruikelijke exploitatiekosten, voor een periode van maximaal 5 jaar gedurende waarin de subsidie lineair zal afnemen tot nulniveau.
2. De in het eerste lid, onder a en b, genoemde percentages worden met maximaal 10% bruto verhoogd indien de subsidieontvanger een kleine of middelgrote onderneming is als bedoeld in de Verordening (EG) 70/2001van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen.
3. De in het eerste lid, onder a en b, genoemde percentages kunnen overeenkomstig het bepaalde in het CO 2-programma worden verhoogd indien de aanvrager geen onderneming drijft en het CO 2-reductieproject niet tot doel heeft de levering, tegen vergoeding, van goederen en diensten.
4. Voor een investeringsproject geldt voor de subsidie-effectiviteit een maximale waarde van € 45 per ton CO 2.
5. Indien een kennisoverdrachtproject gericht is op ondernemingen, komen alleen de kleine of middelgrote ondernemingen als bedoeld in de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (Pb 2001/C37/03) daarvoor in aanmerking.