BWBR0012811
Geldig vanaf 2020-12-06
Artikel 64
Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001
1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid worden ingehouden of ingeleverde reisdocumenten, die niet strafrechtelijk in beslag zijn genomen, door de plaatselijke politie met een begeleidende brief per aangetekende post gezonden aan:
a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de houder ingezetene is, dan wel
b. de burgemeester of de gezaghebber ter plaatse, indien niet bekend is van welke gemeente of welk openbaar lichaam de houder ingezetene is, dan wel
c. de Minister van Buitenlandse Zaken, indien het een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een op grond van artikel 15, tweede lid, van de wet verstrekt laissez-passer betreft.
2. Indien het reisdocument op grond van een daartoe strekkende vermelding in het opsporingsregister is ingehouden, wordt terstond contact opgenomen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten einde te vernemen aan welke autoriteit het reisdocument moet worden doorgezonden.
3. Bij inhouding of inlevering wordt aan de betrokken persoon een ontvangstbewijs verstrekt.
4. De in het eerste lid bedoelde begeleidende brief vermeldt de volgende gegevens:
a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de houder;
b. het nummer van het reisdocument;
c. de autoriteit die het reisdocument heeft verstrekt en het einde van de geldigheidsduur;
d. de datum en de reden van inhouding of inlevering van het reisdocument.
5. Gevonden reisdocumenten worden met een opgave van de documentnummers ingeleverd bij de in het eerste lid genoemde autoriteiten.
a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de houder ingezetene is, dan wel
b. de burgemeester of de gezaghebber ter plaatse, indien niet bekend is van welke gemeente of welk openbaar lichaam de houder ingezetene is, dan wel
c. de Minister van Buitenlandse Zaken, indien het een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een op grond van artikel 15, tweede lid, van de wet verstrekt laissez-passer betreft.
2. Indien het reisdocument op grond van een daartoe strekkende vermelding in het opsporingsregister is ingehouden, wordt terstond contact opgenomen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten einde te vernemen aan welke autoriteit het reisdocument moet worden doorgezonden.
3. Bij inhouding of inlevering wordt aan de betrokken persoon een ontvangstbewijs verstrekt.
4. De in het eerste lid bedoelde begeleidende brief vermeldt de volgende gegevens:
a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de houder;
b. het nummer van het reisdocument;
c. de autoriteit die het reisdocument heeft verstrekt en het einde van de geldigheidsduur;
d. de datum en de reden van inhouding of inlevering van het reisdocument.
5. Gevonden reisdocumenten worden met een opgave van de documentnummers ingeleverd bij de in het eerste lid genoemde autoriteiten.