BWBR0012811
Geldig vanaf 2020-12-06
Artikel 60
Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001
1. Indien een eerder uitgereikt reisdocument mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wetdoor een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, kan de houder dit gegeven overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid, melden aan:
a. de burgemeester van de gemeente waarvan hij ingezetene is;
b. een burgemeester als bedoeld in de artikelen 3.2., eerste lid, onderdeel a, en 4.2., eerste lid, onderdeel a, van het besluit, indien de houder niet in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven;
c. de gezaghebber van een openbaar lichaam;
d. de burgemeester van Haarlemmermeer, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, en artikel 4.2, tweede lid, van het besluit, indien de houder in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten is ingeschreven, het reisdocument een Nederlandse identiteitskaart betreft en de aanvraag is gedaan bij de burgemeester van Haarlemmermeer op een vestiging van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
e. een burgemeester als bedoeld in de artikelen 3.2., eerste lid, onderdeel b, en 4.2., eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien de houder verblijft in een penitentiaire inrichting in een in artikel 7, tweede lid, aangewezen gemeente en in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven; of
f. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. De melding van mogelijke fraude vindt in de in het eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gevallen plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Bij de melding van mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in. Indien het reisdocument is vermist wordt een melding van vermissing gedaan, bedoeld in het vierde lid.
3. De melding van mogelijke fraude bedoeld in het in het eerste lid, onder f, vindt plaats door een elektronische verklaring overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de houder op verzoek van de burgemeester van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente, heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding. De vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode. De houder levert het reisdocument zo spoedig mogelijk in bij de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente.
4. De melding van een vermissing vindt in de in het eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gevallen plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Indien een proces-verbaal van de politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd. De melding van een vermissing aan een burgemeester kan tevens elektronisch geschieden, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de burgemeester deze weg beschikbaar heeft gesteld. In het geval van een elektronische melding geschiedt de vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een ander en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.
5. De melding van een vermissing bedoeld in het eerste lid, onder f, vindt plaats door een elektronische verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de houder op verzoek van de burgemeester van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente, heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding. De vaststelling van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.
6. De melding van de inname van een uitgereikt reisdocument op andere gronden dan ingevolge de wetdoor een daartoe bevoegde autoriteit vindt plaats door middel van het overleggen van een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring omtrent de inname, aan de daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon. De daartoe aangewezen persoon maakt een kopie van deze verklaring.
7. De schriftelijke verklaring omtrent mogelijke fraude, bedoeld in het tweede lid, de schriftelijke of elektronische verklaring omtrent de vermissing, bedoeld in het vierde lid, dan wel de kopie van de schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, bedoeld in het zesde lid, wordt bewaard in de reisdocumentenadministratie in de gemeente of het openbaar lichaam waar de in het eerste lid bedoelde melding is gedaan.
8. Mogelijke fraude, vermissing of inname op andere gronden dan ingevolge de wetdoor een daartoe bevoegde autoriteit van een uitgereikt reisdocument wordt terstond opgenomen in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven, waarbij een inname en mogelijke fraude worden opgenomen als een inhouding.
a. de burgemeester van de gemeente waarvan hij ingezetene is;
b. een burgemeester als bedoeld in de artikelen 3.2., eerste lid, onderdeel a, en 4.2., eerste lid, onderdeel a, van het besluit, indien de houder niet in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven;
c. de gezaghebber van een openbaar lichaam;
d. de burgemeester van Haarlemmermeer, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, en artikel 4.2, tweede lid, van het besluit, indien de houder in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten is ingeschreven, het reisdocument een Nederlandse identiteitskaart betreft en de aanvraag is gedaan bij de burgemeester van Haarlemmermeer op een vestiging van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
e. een burgemeester als bedoeld in de artikelen 3.2., eerste lid, onderdeel b, en 4.2., eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien de houder verblijft in een penitentiaire inrichting in een in artikel 7, tweede lid, aangewezen gemeente en in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven; of
f. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. De melding van mogelijke fraude vindt in de in het eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gevallen plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Bij de melding van mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in. Indien het reisdocument is vermist wordt een melding van vermissing gedaan, bedoeld in het vierde lid.
3. De melding van mogelijke fraude bedoeld in het in het eerste lid, onder f, vindt plaats door een elektronische verklaring overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de houder op verzoek van de burgemeester van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente, heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding. De vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode. De houder levert het reisdocument zo spoedig mogelijk in bij de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente.
4. De melding van een vermissing vindt in de in het eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gevallen plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Indien een proces-verbaal van de politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd. De melding van een vermissing aan een burgemeester kan tevens elektronisch geschieden, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de burgemeester deze weg beschikbaar heeft gesteld. In het geval van een elektronische melding geschiedt de vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een ander en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.
5. De melding van een vermissing bedoeld in het eerste lid, onder f, vindt plaats door een elektronische verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de houder op verzoek van de burgemeester van de in het eerste lid, onder a, bedoelde gemeente, heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding. De vaststelling van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.
6. De melding van de inname van een uitgereikt reisdocument op andere gronden dan ingevolge de wetdoor een daartoe bevoegde autoriteit vindt plaats door middel van het overleggen van een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring omtrent de inname, aan de daartoe door de burgemeester of de gezaghebber aangewezen persoon. De daartoe aangewezen persoon maakt een kopie van deze verklaring.
7. De schriftelijke verklaring omtrent mogelijke fraude, bedoeld in het tweede lid, de schriftelijke of elektronische verklaring omtrent de vermissing, bedoeld in het vierde lid, dan wel de kopie van de schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, bedoeld in het zesde lid, wordt bewaard in de reisdocumentenadministratie in de gemeente of het openbaar lichaam waar de in het eerste lid bedoelde melding is gedaan.
8. Mogelijke fraude, vermissing of inname op andere gronden dan ingevolge de wetdoor een daartoe bevoegde autoriteit van een uitgereikt reisdocument wordt terstond opgenomen in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven, waarbij een inname en mogelijke fraude worden opgenomen als een inhouding.