BWBR0012810
Geldig vanaf 2020-12-06
Artikel 72
Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001
1. Indien een eerder uitgereikt reisdocument mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wetdoor een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, meldt de houder dit gegeven overeenkomstig het tweede, derde onderscheidenlijk vijfde lid, aan de Minister van Buitenlandse Zaken, of, overeenkomstig het vierde lid, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. De melding van mogelijke fraude vindt plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Bij de melding van mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in. Indien het reisdocument is vermist wordt een melding van vermissing gedaan, bedoeld in het derde lid.
3. De melding van een vermissing vindt plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Indien een proces-verbaal van de politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd. De melding van een vermissing kan tevens elektronisch geschieden, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de Minister van Buitenlandse Zaken deze weg beschikbaar heeft gesteld. In het geval van een elektronische melding geschiedt de vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder door middel van Digid op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een ander en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.
4. De melding van mogelijke fraude of van een vermissing kan tevens elektronisch geschieden overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier indien de houder op verzoek van de Minister van Buitenlandse Zaken heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding en de houder bij de aanvraag van het in het eerste lid bedoelde document beschikte over een burgerservicenummer. De vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode. Bij de melding van mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in.
5. De melding van de inname van een uitgereikt reisdocument op andere gronden dan ingevolge de wetdoor een daartoe bevoegde autoriteit vindt plaats door middel van het overleggen van een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring omtrent de inname, aan de daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon. De daartoe aangewezen persoon maakt een kopie van deze verklaring.
6. De schriftelijke verklaring omtrent de mogelijke fraude, bedoeld in het tweede lid, de schriftelijke of elektronische verklaring omtrent fraude of vermissing bedoeld in het derde of vierde lid, dan wel de kopie van de overgelegde schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, bedoeld in het vijfde lid, wordt bewaard in de reisdocumentenadministratie.
2. De melding van mogelijke fraude vindt plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Bij de melding van mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in. Indien het reisdocument is vermist wordt een melding van vermissing gedaan, bedoeld in het derde lid.
3. De melding van een vermissing vindt plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Indien een proces-verbaal van de politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd. De melding van een vermissing kan tevens elektronisch geschieden, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de Minister van Buitenlandse Zaken deze weg beschikbaar heeft gesteld. In het geval van een elektronische melding geschiedt de vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder door middel van Digid op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een ander en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.
4. De melding van mogelijke fraude of van een vermissing kan tevens elektronisch geschieden overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier indien de houder op verzoek van de Minister van Buitenlandse Zaken heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding en de houder bij de aanvraag van het in het eerste lid bedoelde document beschikte over een burgerservicenummer. De vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode. Bij de melding van mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in.
5. De melding van de inname van een uitgereikt reisdocument op andere gronden dan ingevolge de wetdoor een daartoe bevoegde autoriteit vindt plaats door middel van het overleggen van een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring omtrent de inname, aan de daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon. De daartoe aangewezen persoon maakt een kopie van deze verklaring.
6. De schriftelijke verklaring omtrent de mogelijke fraude, bedoeld in het tweede lid, de schriftelijke of elektronische verklaring omtrent fraude of vermissing bedoeld in het derde of vierde lid, dan wel de kopie van de overgelegde schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, bedoeld in het vijfde lid, wordt bewaard in de reisdocumentenadministratie.