BWBR0012796
Geldig vanaf 2001-09-10
Artikel 7
Regeling impuls beroepsonderwijs voor landelijke organen 2001
De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 3, kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van een aanvrager, indien:
a. er uiterlijk voor 15 november 2001 geen kwantitatieve en kwalitatieve doelen zijn vastgesteld die bijdragen aan het realiseren van de beoogde resultaten;
b. er uiterlijk voor 1 februari 2002 geen tussentijdse effectrapportage en uiterlijk voor 1 oktober 2002 geen afsluitende effectrapportage die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, zijn ingediend bij de minister;
c. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;
d. het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, of
e. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen die aan de aanvullende vergoeding zijn verbonden.
a. er uiterlijk voor 15 november 2001 geen kwantitatieve en kwalitatieve doelen zijn vastgesteld die bijdragen aan het realiseren van de beoogde resultaten;
b. er uiterlijk voor 1 februari 2002 geen tussentijdse effectrapportage en uiterlijk voor 1 oktober 2002 geen afsluitende effectrapportage die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, zijn ingediend bij de minister;
c. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;
d. het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, of
e. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen die aan de aanvullende vergoeding zijn verbonden.