BWBR0012793
Geldig vanaf 2009-12-18
Artikel 8
Vrijstellingsregeling dierenwelzijn
1. Artikel 19, tweede lid, van het Varkensbesluitis niet van toepassing op een stal bestemd voor gespeende varkens, gebruiksvarkens en niet in een groep gehouden gelten en zeugen, die voor 1 november 1998 in gebruik is genomen en na die datum niet is verbouwd of herbouwd.
2. De voor varkens beschikbare oppervlakte van een stal als bedoeld in het eerste lid bedraagt tot 1 januari 2013 ten minste per varken met een gemiddeld gewicht:
a. tot 15 kg: 0,20 m2;
b. van 15 tot 30 kg: 0,30 m2;
c. van 30 tot 50 kg: 0,50 m2;
d. van 50 tot 85 kg: 0,60 m2;
e. van 85 tot 110 kg: 0,70 m2;
f. meer dan 110 kg: 1,0 m2.
3. De voor varkens beschikbare oppervlakte van een stal als bedoeld in het eerste lid bedraagt vanaf 1 januari 2013 ten minste per varken met een gemiddeld gewicht:
a. tot 15 kg: 0,20 m2;
b. van 15 tot 30 kg: 0,30 m2;
c. van 30 tot 50 kg: 0,50 m2;
d. van 50 tot 85 kg: 0,65 m2;
e. van 85 tot 110 kg: 0,80 m2;
f. meer dan 110 kg: 1,0 m2.
4. Indien de vloer van de in het eerste lid bedoelde stal gedeeltelijk uit roostervloer bestaat, bedraagt de oppervlakte van het dichte deel van de voor varkens beschikbare vloer ten minste 40% van de ingevolge het tweede of derde lid minimaal voorgeschreven beschikbare oppervlakte.
2. De voor varkens beschikbare oppervlakte van een stal als bedoeld in het eerste lid bedraagt tot 1 januari 2013 ten minste per varken met een gemiddeld gewicht:
a. tot 15 kg: 0,20 m2;
b. van 15 tot 30 kg: 0,30 m2;
c. van 30 tot 50 kg: 0,50 m2;
d. van 50 tot 85 kg: 0,60 m2;
e. van 85 tot 110 kg: 0,70 m2;
f. meer dan 110 kg: 1,0 m2.
3. De voor varkens beschikbare oppervlakte van een stal als bedoeld in het eerste lid bedraagt vanaf 1 januari 2013 ten minste per varken met een gemiddeld gewicht:
a. tot 15 kg: 0,20 m2;
b. van 15 tot 30 kg: 0,30 m2;
c. van 30 tot 50 kg: 0,50 m2;
d. van 50 tot 85 kg: 0,65 m2;
e. van 85 tot 110 kg: 0,80 m2;
f. meer dan 110 kg: 1,0 m2.
4. Indien de vloer van de in het eerste lid bedoelde stal gedeeltelijk uit roostervloer bestaat, bedraagt de oppervlakte van het dichte deel van de voor varkens beschikbare vloer ten minste 40% van de ingevolge het tweede of derde lid minimaal voorgeschreven beschikbare oppervlakte.