BWBR0012781
Geldig vanaf 2001-09-14
Artikel 2
Besluit vrijwillige verzekering AWBZ
1. De AWBZ- premie wordt voor elk in de periode van vrijwillige verzekering gelegen vol kalenderjaar, vastgesteld volgens de formule: PxH-K, waarbij
a. P gelijk is aan het percentage dat op grond van artikel 11, tweede lid, van de WFV voor dat kalenderjaar is vastgesteld;
b. H gelijk is aan het hoogste bedrag dat voor dat kalenderjaar als premie-inkomen in de zin van artikel 8 van de WFV in aanmerking komt, te weten het als tweede vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
c. K gelijk is aan de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 8.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermenigvuldigd met een breuk, met in de teller het percentage dat op grond van artikel 11, tweede lid, van de WFV voor dat kalenderjaar is vastgesteld en in de noemer de som van de percentages, bedoeld in de artikelen 10a en 11 van de WFV, en het percentage behorende bij de eerste belastingschijf, bedoeld in artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals die percentages voor dat kalenderjaar zijn vastgesteld.
2. In afwijking van het eerste lid is, indien ten genoegen van de SVB aannemelijk is gemaakt dat zulks tot een lagere uitkomst leidt, H gelijk aan het premie-inkomen voor de premieheffing in de zin van artikel 8 van de WFV, en K gelijk aan de voor de premieplichtige toepasselijke heffingskorting berekend op grond van artikel 10 van de WFV.
3. Voorzover de AWBZ-premie slechts is verschuldigd voor een gedeelte van een kalenderjaar, wordt de overeenkomstig het eerste en het tweede lid berekende AWBZ-premie verminderd naar evenredigheid van dat gedeelte van een kalenderjaar.
4. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid, stelt de SVB, op verzoek van de belanghebbende die een gedeelte van een kalenderjaar van rechtswege AWBZ-verzekerd is geweest, de AWBZ-premie over dat kalenderjaar zodanig vast, dat de over het gehele kalenderjaar verschuldigde premie voor de AWBZ-verzekering van rechtswege en voor de vrijwillige verzekering tezamen niet meer bedraagt dan het premiebedrag dat de belanghebbende maximaal verschuldigd zou zijn, indien hij in dat gehele kalenderjaar van rechtswege verschuldigd zou zijn geweest.
a. P gelijk is aan het percentage dat op grond van artikel 11, tweede lid, van de WFV voor dat kalenderjaar is vastgesteld;
b. H gelijk is aan het hoogste bedrag dat voor dat kalenderjaar als premie-inkomen in de zin van artikel 8 van de WFV in aanmerking komt, te weten het als tweede vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
c. K gelijk is aan de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 8.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermenigvuldigd met een breuk, met in de teller het percentage dat op grond van artikel 11, tweede lid, van de WFV voor dat kalenderjaar is vastgesteld en in de noemer de som van de percentages, bedoeld in de artikelen 10a en 11 van de WFV, en het percentage behorende bij de eerste belastingschijf, bedoeld in artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals die percentages voor dat kalenderjaar zijn vastgesteld.
2. In afwijking van het eerste lid is, indien ten genoegen van de SVB aannemelijk is gemaakt dat zulks tot een lagere uitkomst leidt, H gelijk aan het premie-inkomen voor de premieheffing in de zin van artikel 8 van de WFV, en K gelijk aan de voor de premieplichtige toepasselijke heffingskorting berekend op grond van artikel 10 van de WFV.
3. Voorzover de AWBZ-premie slechts is verschuldigd voor een gedeelte van een kalenderjaar, wordt de overeenkomstig het eerste en het tweede lid berekende AWBZ-premie verminderd naar evenredigheid van dat gedeelte van een kalenderjaar.
4. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid, stelt de SVB, op verzoek van de belanghebbende die een gedeelte van een kalenderjaar van rechtswege AWBZ-verzekerd is geweest, de AWBZ-premie over dat kalenderjaar zodanig vast, dat de over het gehele kalenderjaar verschuldigde premie voor de AWBZ-verzekering van rechtswege en voor de vrijwillige verzekering tezamen niet meer bedraagt dan het premiebedrag dat de belanghebbende maximaal verschuldigd zou zijn, indien hij in dat gehele kalenderjaar van rechtswege verschuldigd zou zijn geweest.