BWBR0012748
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 15
Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtingen
1. Tijdens het verblijf in de straf- of afzonderingscel draagt de directeur er zorg voor dat de jeugdige in staat wordt gesteld contact met de buitenwereld te onderhouden, volgens het daarover bepaalde in de huisregels.
2. De directeur kan het recht van de jeugdige om te telefoneren met, of het ontvangen van bezoek van, persoonlijke relaties slechts beperken of uitsluiten indien het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, dan wel de gedragingen, lichamelijke of geestelijke toestand van de jeugdige, zulks noodzakelijk maken.
3. Het bezoek vindt gescheiden van de overige jeugdigen en onder toezicht plaats.
4. Tenzij de directeur anders beslist op grond van de gedragingen, lichamelijke of geestelijke toestand van de jeugdige, wordt er geen toezicht uitgeoefend op de bezoeken die door een advocaat dan wel andere hulpverleners worden afgelegd.
5. Het is de in artikel 42, eerste lid, van de wetgenoemde personen en instanties toegestaan vrijelijk contact te onderhouden met de jeugdige.
2. De directeur kan het recht van de jeugdige om te telefoneren met, of het ontvangen van bezoek van, persoonlijke relaties slechts beperken of uitsluiten indien het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, dan wel de gedragingen, lichamelijke of geestelijke toestand van de jeugdige, zulks noodzakelijk maken.
3. Het bezoek vindt gescheiden van de overige jeugdigen en onder toezicht plaats.
4. Tenzij de directeur anders beslist op grond van de gedragingen, lichamelijke of geestelijke toestand van de jeugdige, wordt er geen toezicht uitgeoefend op de bezoeken die door een advocaat dan wel andere hulpverleners worden afgelegd.
5. Het is de in artikel 42, eerste lid, van de wetgenoemde personen en instanties toegestaan vrijelijk contact te onderhouden met de jeugdige.