BWBR0012743
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 8
Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen
1. De jeugdige ontvangt in ieder geval drie maal per dag eten en drinken.
2. De jeugdige wordt zo mogelijk in de gelegenheid gesteld zelf eten en drinken tot zich te nemen. Indien hij daartoe niet in staat moet worden geacht, is het personeelslid of de medewerker die is belast met de verzorging van de jeugdige hem hierbij behulpzaam.
3. Indien de toepassing van een mechanisch middel tijdens de nachtelijke uren voortduurt wordt de jeugdige zo mogelijk tijdens de ochtenduren in de gelegenheid gesteld zich te wassen en zich van schone kleding te voorzien. Indien de jeugdige door de toepassing van mechanische middelen niet in staat is om zichzelf te wassen en van schone kleding te voorzien, is de het personeelslid of de medewerker die is belast met de verzorging van de jeugdige hem hierbij behulpzaam.
4. Indien de jeugdige door de toepassing van mechanische middelen niet in staat is om op het toilet te urineren of zichzelf te ontlasten, wordt hij voorzien van een urinaal of ondersteek. Het personeelslid of de medewerker die belast is met de verzorging van de jeugdige is hem zonodig behulpzaam bij het gebruik van het urinaal of de ondersteek.
2. De jeugdige wordt zo mogelijk in de gelegenheid gesteld zelf eten en drinken tot zich te nemen. Indien hij daartoe niet in staat moet worden geacht, is het personeelslid of de medewerker die is belast met de verzorging van de jeugdige hem hierbij behulpzaam.
3. Indien de toepassing van een mechanisch middel tijdens de nachtelijke uren voortduurt wordt de jeugdige zo mogelijk tijdens de ochtenduren in de gelegenheid gesteld zich te wassen en zich van schone kleding te voorzien. Indien de jeugdige door de toepassing van mechanische middelen niet in staat is om zichzelf te wassen en van schone kleding te voorzien, is de het personeelslid of de medewerker die is belast met de verzorging van de jeugdige hem hierbij behulpzaam.
4. Indien de jeugdige door de toepassing van mechanische middelen niet in staat is om op het toilet te urineren of zichzelf te ontlasten, wordt hij voorzien van een urinaal of ondersteek. Het personeelslid of de medewerker die belast is met de verzorging van de jeugdige is hem zonodig behulpzaam bij het gebruik van het urinaal of de ondersteek.