BWBR0012738
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 10
Regeling urine onderzoek jeugdigen
1. Indien gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is vastgesteld of de jeugdige weigert aan het urine onderzoek mee te werken, dan wel is gebleken dat de jeugdige met het urinemonster heeft gefraudeerd, kan de jeugdige een disciplinaire straf worden opgelegd.
2. Indien de jeugdige na het verstrijken van de in artikel 3, vierde lid, gestelde termijn van vier uur nog geen urine heeft afgestaan, wordt dit gelijk gesteld met een weigering medewerking te verlenen aan het urine onderzoek.
3. In afwachting van de uitslag van een herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek wordt de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf opgeschort.
4. In afwachting van de uitslag van een herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek kan onder meer:
a. de effectuering van verlof of strafonderbreking worden geschorst, dan wel opgeschort.
b. de effectuering van een scholings- en trainingsprogramma worden geschorst, dan wel opgeschort.
2. Indien de jeugdige na het verstrijken van de in artikel 3, vierde lid, gestelde termijn van vier uur nog geen urine heeft afgestaan, wordt dit gelijk gesteld met een weigering medewerking te verlenen aan het urine onderzoek.
3. In afwachting van de uitslag van een herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek wordt de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf opgeschort.
4. In afwachting van de uitslag van een herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek kan onder meer:
a. de effectuering van verlof of strafonderbreking worden geschorst, dan wel opgeschort.
b. de effectuering van een scholings- en trainingsprogramma worden geschorst, dan wel opgeschort.