BWBR0012708
Geldig vanaf 2001-08-02
Artikel 5
Regeling erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet
1. De waarborgsom en de borgtocht, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, onderscheidenlijk b, van het besluit, worden gesteld ten behoeve van de Staat der Nederlanden op naam van Bureau Heffingen.
2. Bij het stellen van de waarborgsom en de borgtocht en het afsluiten van de verzekeringsovereenkomst wordt Bureau Heffingen gerechtigd deze aan te spreken teneinde in voorkomend geval:
a. de producent jegens wie degene die de waarborgsom of de borgtocht heeft gesteld of die de verzekeringsovereenkomst heeft afgesloten, de onderscheiden verplichtingen, bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, en 18, eerste lid, van het besluit, niet is nagekomen in de gelegenheid te stellen de dierlijke meststoffen die niet zijn afgenomen alsnog tegen de laagst mogelijke kosten op milieuverantwoorde wijze af te zetten;
b. zelf voor de milieuverantwoorde verwijdering van de dierlijke meststoffen tegen de laagst mogelijke kosten zorg te dragen indien degene die de waarborgsom of de borgtocht heeft gesteld of de verzekeringsovereenkomst heeft afgesloten, niet heeft voldaan aan de onderscheiden verplichtingen, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, 18, tweede en derde lid, en 19, eerste en tweede lid, van het besluit.
3. Indien de waarborgsom en de borgtocht in een bepaald kalenderjaar zijn aangesproken, worden deze vóór 1 januari van het daarop volgende kalenderjaar aangevuld tot de omvang als bepaald in artikel 4.
2. Bij het stellen van de waarborgsom en de borgtocht en het afsluiten van de verzekeringsovereenkomst wordt Bureau Heffingen gerechtigd deze aan te spreken teneinde in voorkomend geval:
a. de producent jegens wie degene die de waarborgsom of de borgtocht heeft gesteld of die de verzekeringsovereenkomst heeft afgesloten, de onderscheiden verplichtingen, bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, en 18, eerste lid, van het besluit, niet is nagekomen in de gelegenheid te stellen de dierlijke meststoffen die niet zijn afgenomen alsnog tegen de laagst mogelijke kosten op milieuverantwoorde wijze af te zetten;
b. zelf voor de milieuverantwoorde verwijdering van de dierlijke meststoffen tegen de laagst mogelijke kosten zorg te dragen indien degene die de waarborgsom of de borgtocht heeft gesteld of de verzekeringsovereenkomst heeft afgesloten, niet heeft voldaan aan de onderscheiden verplichtingen, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, 18, tweede en derde lid, en 19, eerste en tweede lid, van het besluit.
3. Indien de waarborgsom en de borgtocht in een bepaald kalenderjaar zijn aangesproken, worden deze vóór 1 januari van het daarop volgende kalenderjaar aangevuld tot de omvang als bepaald in artikel 4.