BWBR0012691
Geldig vanaf 2001-07-28
Artikel 4
Regeling subsidie en aanvullende vergoeding beroepsbegeleidende leerweg 1 januari 2000 - 1 augustus 2001
1. De minister verleent aan een landelijk orgaan dat in het studiejaar 2000-2001 subsidie ontvangt op grond van de Subsidieregeling OCW-ESF 2000 (Uitleg OcenW-Regelingen nr.15 van 6 juni 2001) voor dat studiejaar een aanvullende subsidie.
2. De minister stelt de hoogte van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, vast door het aantal deelnemers dat bij aanvang van het project voor dat landelijk orgaan als deelnemer aan het ESF-project is geregistreerd, te vermenigvuldigen met € 163,36 (f 360).
3. De minister verleent aan een instelling die in het studiejaar 2000-2001 subsidie ontvangt op grond van de regeling, bedoeld in het eerste lid, voor dat studiejaar een aanvullende vergoeding.
4. De minister stelt de hoogte van de aanvullende vergoeding, bedoeld in het derde lid, vast door het aantal deelnemers dat bij aanvang van het project aan die instelling geregistreerd is als deelnemer aan het ESF-project te vermenigvuldigen met € 181,51 (f 400).
2. De minister stelt de hoogte van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, vast door het aantal deelnemers dat bij aanvang van het project voor dat landelijk orgaan als deelnemer aan het ESF-project is geregistreerd, te vermenigvuldigen met € 163,36 (f 360).
3. De minister verleent aan een instelling die in het studiejaar 2000-2001 subsidie ontvangt op grond van de regeling, bedoeld in het eerste lid, voor dat studiejaar een aanvullende vergoeding.
4. De minister stelt de hoogte van de aanvullende vergoeding, bedoeld in het derde lid, vast door het aantal deelnemers dat bij aanvang van het project aan die instelling geregistreerd is als deelnemer aan het ESF-project te vermenigvuldigen met € 181,51 (f 400).