BWBR0012690
Geldig vanaf 2018-02-13
Artikel 2.2
Regeling tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
1. Indien het betreft een aanvraag van een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 5 van de wet, doen de aanvrager en diens partner opgave van hun burgerservicenummer.
2. Indien het betreft een aanvraag van een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de wet, doen de leerling, alsmede de TOS-ouder en diens partner, opgave van hun burgerservicenummer.
3. Indien het betreft een aanvraag door een minderjarige zonder wettelijke vertegenwoordiger of door een gehuwde jonger dan 18 jaren, wordt bij de aanvraag een afschrift uit de basisregistratie personen meegezonden.
4. Indien het betreft een aanvraag door een vavo-student of een scholier, van wie de tegemoetkoming op grond van afwezigheid, bedoeld in artikel 4.12 van de wet, geheel uit lening bestaat, en die opnieuw aanspraak maakt op tegemoetkoming in de vorm van een gift, wordt bij de aanvraag een verklaring meegezonden waarin het bestuur van de onderwijsinstelling meedeelt met ingang van welke datum de vavo-student of de scholier weer aan het onderwijs is gaan deelnemen.
2. Indien het betreft een aanvraag van een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de wet, doen de leerling, alsmede de TOS-ouder en diens partner, opgave van hun burgerservicenummer.
3. Indien het betreft een aanvraag door een minderjarige zonder wettelijke vertegenwoordiger of door een gehuwde jonger dan 18 jaren, wordt bij de aanvraag een afschrift uit de basisregistratie personen meegezonden.
4. Indien het betreft een aanvraag door een vavo-student of een scholier, van wie de tegemoetkoming op grond van afwezigheid, bedoeld in artikel 4.12 van de wet, geheel uit lening bestaat, en die opnieuw aanspraak maakt op tegemoetkoming in de vorm van een gift, wordt bij de aanvraag een verklaring meegezonden waarin het bestuur van de onderwijsinstelling meedeelt met ingang van welke datum de vavo-student of de scholier weer aan het onderwijs is gaan deelnemen.