BWBR0012438
Geldig vanaf 2001-05-23
Artikel 4.12
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
1. De tegemoetkoming van de leerling die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen a, b en c, of 2.10, of ingeschreven voor een cursus als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d, en die zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken, bestaat geheel uit lening met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de afwezigheid zonder geldige reden aanving. De periode van 5 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
2. In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat voor soorten van voortgezet onderwijs of voor soorten van vavo het eerste lid van overeenkomstige toepassing is, indien een leerling in een of meer vakken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen.
3. Uitsluitend de in <a href="/wet/BWBR0044212/artikel/8.30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.30, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020</a>genoemde redenen voor afwezigheid zijn geldige redenen.
2. In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat voor soorten van voortgezet onderwijs of voor soorten van vavo het eerste lid van overeenkomstige toepassing is, indien een leerling in een of meer vakken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen.
3. Uitsluitend de in <a href="/wet/BWBR0044212/artikel/8.30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.30, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020</a>genoemde redenen voor afwezigheid zijn geldige redenen.